Korte lijnen

De samenwerking met Centra voor Jeugd en Gezin komt nog vaak niet of moeilijk tot stand, terwijl kinderdagverblijven en peuterspeelzalen wel het eerste opvoedingsmilieu na het gezin zijn. JSO vond aansprekende voorbeelden van een goede samenwerking.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Korte lijnen

Expertisecentrum JSO heeft in het project ‘Samenwerking CJG en voorschoolse voorzieningen: van toeval naar sturing’ gezocht naar opbrengsten, voorbeelden en succesfactoren van vruchtbare samenwerking. En gelukkig heel wat moois gevonden.

Optimale ontwikkelingskansen voor jonge kinderen, dat is waar kinderdagverblijven, peuterspeelzalen én CJG zich sterk voor maken. Samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen en zorg is niet wettelijk geregeld. En of dit wel of niet van de grond komt, is daarom vooralsnog afhankelijk van lokale initiatieven. Maar waarom zou je als kinderdagverblijf of peuterspeelzaal eigenlijk samenwerken met een CJG?

Expertise

‘Samenwerken betekent dat je een visie kunt delen en elkaar kunt vinden door middel van korte lijnen, waarbij het gaat om het belang van de kinderen. Er zit zoveel expertise en ervaring in de kinderopvang, ook in het kader van vroegsignalering en vroegstimulering. En die expertise en ervaring kan ruimer worden ingezet. Kinderopvang mag laten zien wat ze in huis heeft!’ Dat zegt Ellen Bakker, manager pedagogiek en orthopedagoog bij kinderopvangorganisatie Vlietkinderen in Leidschendam-Voorburg. Bij Vlietkinderen is de samenwerking met het CJG al ver. Medewerkers van Vlietkinderen verzorgen het Spel- en Opvoedpunt in het CJG. Ouders en kinderen kunnen er binnenlopen, spelen, speelgoed lenen en praten aan de ‘stamtafel’ met de pedagoog of met de medewerker van het Spel- en Opvoedpunt. Ouders kunnen er terecht voor informatie en tips over opvoeden en opgroeien, en daarnaast gebruikmaken van een ruim en laagdrempelig activiteitenaanbod. De belangstelling is groot. Ouders en kinderen komen voor iets leuks, waardoor het CJG niet geassocieerd wordt met ‘er is iets aan de hand met mijn kind’. Spelende kinderen en spelende, breiende, tekenende moeders; al doende praat het makkelijker. De pedagoog praat met ouders, is gastvrouw, signaleert, vraagt door en geeft tips. Indien nodig gaat ze met ouders individuele gesprekken aan of verwijst ze door naar andere organisaties in het CJG.

Vindplaats

Met de komst van kindvolgsystemen en het ontwikkelingsgericht werken zijn kinderdagverblijven en peuterspeelzalen van ‘opvangplek’ doorgegroeid naar ‘ontwikkelingsplek’. Doordat kinderen er gericht en systematisch worden gevolgd, hebben de voorschoolse voorzieningen een schat aan informatie over de ontwikkeling van de kinderen op de groep. Al met al zijn de voorschoolse voorzieningen dus een belangrijke vindplaats voor opgroei- en opvoedproblemen, en daarmee een serieuze (potentiële) partner in de zorgnetwerken rondom het jonge kind. Het gaat dan nadrukkelijk niet om problematiseren, maar juist om het voorkomen hiervan. Als er laagdrempelig contact is tussen de CJG en kinderopvang krijgen ook gewone, ‘kleine’ vragen een plek, zonder dat het groot hoeft te worden. Kinderen en ouders kunnen in hun vertrouwde omgeving ondersteund worden en als de vragen toch zwaarder of complexer zijn, is er snel gepaste hulp.

Steun

Het CJG kan voor ouders de rol van vraagbaak vervullen. Een functie die belangrijker wordt, nu gezinnen kleiner zijn en families niet meer vanzelfsprekend dicht bij elkaar wonen. Maar niet alleen voor ouders vervult het CJG deze vraagbaakfunctie. De ervaring leert dat ook pedagogisch medewerkers zich gesteund voelen, als ze een beroep kunnen doen op het CJG. Gerda Minnee, coördinator van de stichting Peuterkring in Katwijk vertelt: ‘De jeugdverpleegkundigen van het CJG komen vier à vijf keer per jaar langs op de werkvloer van de peuterspeelzaal. Ze kijken naar kinderen en bespreken soms dingen die hen opvallen. Maar nog veel meer gaat het om het opbouwen van contact met de pedagogisch medewerkers, zodat zij de jeugdverpleegkundigen weten te vinden op het moment dat ze zich zorgen maken over een kind. Er is een goed netwerk en we trekken zelf aan de bel bij het maatschappelijk werk, de jeugdverpleegkundigen of Bureau Jeugdzorg als we vragen hebben.’ Zo sluit de driehoek kinderopvang-ouders-CJG dus mooi op elkaar aan. Als de lijnen kort zijn, blijven eenvoudige vragen eenvoudig en kunnen kinderen en ouders in hun vertrouwde omgeving ondersteund worden. Als de vragen zwaarder of complexer zijn, is er snel hulp.

Proactief

De voorbeelden van Leidschendam-Voorburg en Katwijk laten zien dat de vormgeving van de samenwerking tussen de CJG en voorscholen divers is. De lokale situatie en ambitie zijn daarin medebepalend. Maar wat is er nodig om de samenwerking van de grond te krijgen? Het start allemaal met een sterke visie op jonge kinderen. Gerda Minnee van de Peuterkring: ‘Je kunt jezelf profileren door te laten zien wat je visie is op het kind. Zet jezelf als organisatie op de kaart en laat weten dat je er bent. Geef aan dat je wilt samenwerken. Zorg ook dat je kennis op orde is en dat je weet wat de regels en mogelijkheden zijn. Weet wat er leeft in de maatschappij en wat er is op regelgevingsgebied. Wees proactief: je mag ook best zelf plannen bedenken! Neem de gemeente en het CJG hierin mee. Wat ik heel mooi vind, is dat de gemeente Katwijk in de loop der jaren onze visie “het kind centraal” heeft overgenomen.’

Ellen Bakker, van Vlietkinderen, voegt hier een open blik en durf aan toe: ‘Geloof in de meerwaarde van samenwerking om het jonge kind te versterken, en zoek met die bril op naar mogelijke partners. Voor mij is de belangrijkste tip het “out of the box”-denken. Vlietkinderen heeft in haar pedagogisch beleid het uitgangspunt “geen angst voor ongebaande paden”, en ik denk dat je over je eigen grenzen heen moet durven kijken om samenwerking ook echt te realiseren. Begin gewoon, ook al is het in kleine stappen! En natuurlijk, er zijn drempels en valkuilen, maar je schuift dan wel naar elkaar op in het belang van het welbevinden van het kind. Gewoon doen en niet bang zijn. Vlietkinderen zoekt in haar samenwerking altijd naar de toegevoegde waarde. Hoe kun je meer voor elkaar betekenen als het gaat om het versterken van ouderschap en om de ontwikkeling van het kind?’

Vaste gezichten

Tot slot blijkt in de praktijk telkens weer dat het nodig is om elkaar te kennen; vaste gezichten werken drempelverlagend. Je zoekt elkaar makkelijker op als het nodig is. Starten met een ontmoetingsbijeenkomst tussen kinderdagverblijf, peuterspeelzaal en het CJG is dus zeker aan te bevelen. Met elkaar onderzoeken wat een ieder te bieden heeft, kan mooie inzichten en motivatie opleveren. In de pilot van het JSO-project riep een pedagogisch medewerker enthousiast dat niet alleen zij, maar alle pedagogisch medewerkers van de organisatie moeten weten wat het CJG allemaal doet; een mooie start voor samenwerken!

Moniek Mors en Jeanne van Berkel werken als adviseur bij JSO – Expertisecentrum voor jeugd, samenleving en ontwikkeling. E-mail: m.mors@jso.nl, j.van.berkel@jso.nl

‘Samenwerking CJG en voorschoolse voorzieningen: van toeval naar sturing’ is een project van JSO – Expertisecentrum voor jeugd, samenleving en ontwikkeling.

Meer over het project, en voorbeelden en tips uit de praktijk zijn te vinden op www.jso.nl.

Foto: ANP

Samenwerking

Wat is er nodig bij samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen?
– Sterke visie op het jonge kind
– Proactieve houding
– Geloven in meerwaarde van samenwerking
– Geduld en doorzettingsvermogen
– Continuïteit in ‘vaste gezichten’
– Elkaar ontmoeten

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.