Inclusie in PACT-proeftuinen nog bescheiden

In opdracht van het Kinderopvangfonds werkten zeven ‘PACT-proeftuinen’ de afgelopen twee jaar aan een inclusieve speelleeromgeving voor kinderen van 0 tot 6 jaar. Kinderopvang, basisonderwijs en jeugdhulp bundelden hierin hun krachten. Het PACT-wetenschapsteam deed onderzoek naar de processen en opbrengsten van het project en presenteert nu haar eindrapport. Conclusie: in alle proeftuinen is de samenwerking tussen de verschillende partijen toegenomen, maar de mate waarin dit leidt tot betere inclusie is nog bescheiden.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
eindrapport-pact-proeftuinen
Veel proeftuinen vonden het moeilijk om het oorspronkelijke doel

De professionals in de proeftuinen zijn volgens het rapport enthousiast over de intensievere samenwerking. Ze zeggen veel van elkaar te leren, waardoor er ‘een gemeenschappelijke visie op de ontwikkeling en ondersteuning van kinderen ontstaat’. In sommige proeftuinen is een inclusiepedagoog aangesteld om pedagogisch medewerkers en leerkrachten te coachen in het omgaan met verschillen tussen kinderen. Zij voelen zich hierdoor beter toegerust, en ook deze pedagoog blijkt de onderlinge samenwerking te versterken.

Minder doorverwijzingen

Het is de bedoeling dat deze toename in competenties en interprofessionele samenwerking leidt tot betere inclusie van alle kinderen, en dus tot minder doorverwijzingen naar speciaal onderwijs of jeugdhulp. Maar dit effect kan nog niet duidelijk worden aangetoond. Eén proeftuin kon cijfers aanreiken over het aantal doorverwijzingen, en daaruit kan het wetenschapsteam slechts een voorzichtige aanwijzing halen dat meer samenwerking leidt tot minder doorverwijzingen.

Focus op inclusie

De onderzoekers hebben gezien dat veel proeftuinen het moeilijk vonden om gedurende het project het oorspronkelijke doel, inclusie, goed in beeld te houden. Regelmatig werd er samengewerkt om het samenwerken. Terwijl interprofessionele samenwerking een middel is en geen doel op zich. De bezoeken van het wetenschapsteam aan de proeftuinen hielpen leidinggevende en professionals hun focus weer terug te krijgen. Het is daarom verstandig altijd onderzoekers, experts of andere ondersteuning in te zetten tijdens de ontwikkeling naar meer inclusief werken, adviseert het team. De kwaliteit van de uitvoering/praktijk is gebaat bij dit ‘vreemde ogen-principe’.

Randvoorwaarden

Verder meldt het rapport de volgende randvoorwaarden voor een succesvolle implementatie van inclusief werken:

  • Eén taal en visie blijken van groot belang te zijn.
  • Onderdak in één gebouw is geen garantie voor betere samenwerking, maar het helpt wel als men door één fysiek onderkomen elkaar gemakkelijk kan ontmoeten.
  • Een ‘trekker’, een of meerdere figuren in het netwerk, die contacten leggen en onderhouden, zorgen voor ontmoetingen en uitwisselingen.
  • Directe betrokkenheid van gemeenten: initiërend, stimulerend en verbindend.
  • Voldoende tijd en middelen. Daarnaast bleken professionals ook behoefte te hebben aan duidelijkheid over het wel of niet continueren van de aanpak. In het scheppen van duidelijkheid ligt een belangrijke rol voor betrokken bestuurders en gemeente.

Ouderbetrokkenheid

Het was de bedoeling dat ook ouders een actieve rol zouden krijgen binnen de proeftuinen, zowel bij de planvorming als in de uitvoering. Maar dit is niet optimaal tot bloei gekomen, concluderen de onderzoekers. Misschien is dat een kwestie van tijd: ‘de professionals moesten wellicht eerst elkaar vinden om de ouders daarna goed te kunnen betrekken’. Maar de onderzoekers vragen zich af of deze volgorde wel logisch is. De actieve betrokkenheid van ouders is volgens hen een belangrijke opdracht voor de toekomst. ‘Zij zouden niet meer hoeven te zoeken naar de juiste ondersteuning voor hun kind, ook als er extra steun nodig is, omdat dit gewoon beschikbaar is op de plek waar hun kind verblijft.’

Het onderzoeksrapport van het PACT-wetenschapsteam bevat nog meer inclusie-adviezen voor beleid, bestuur en uitvoering. Bekijk het volledige rapport hier >>>

In mei lichtte PACT-teamleider Jeanette Doornenbal al voorzichtig een tipje van de sluier op van de onderzoeksresultaten. Zij constateerde dat er bottom-up veel enthousiasme is voor PACT, maar dat dat van bovenaf goed gefaciliteerd moet worden. Lees meer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.