Buitenhek: SEO onderzocht niet representatieve groepen

Niet Buitenhek maar SEO heeft een niet-representatieve groep baby’s onderzocht om het kosteneffect van de nieuwe bkr te berekenen. Dit blijkt uit een nieuwe analyse van Buitenhek. Daarmee spreekt hij de conclusies waar het ministerie achterstaat, tegen. Hoe zit het?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
iStock

Buitenhek heeft de verschillende onderzoeksresultaten tussen SEO en zijn eigen onderzoek geanalyseerd. Het ministerie staat achter de uitleg dat het verschil grotendeels wordt verklaard door het aantal aanwezige baby’s. Die zou bij Buitenhek hoger zijn en afwijken van de norm. Maar Buitenhek toont aan dat het precies andersom is. In de SEO-analyse zijn steevast minder baby’s berekend dan het landelijk gemiddelde, is dan ook de conclusie.

Verschil

Het is inmiddels wel bekend: uit het door het ministerie georganiseerde SEO-onderzoek naar de kosteneffecten van de nieuwe beroepskracht-kindratio in de babyopvang komt een lager effect naar voren dan in het door de branche geïnitieerde onderzoek van bureau Buitenhek: 4,7 procent tegenover 7,3 procent.

Twee versus tien dagdelen

Uit een vervolganalyse is gebleken dat dit verschil deels verklaard wordt door een andere onderzoeksopzet (SEO keek naar twee dagdelen en Buitenhek naar tien dagdelen), maar de samenstelling van de groep zou hierin ook een doorslaggevende rol spelen. Tijdens het onderzoek van Buitenhek zouden er namelijk 23 procent meer baby’s zijn dan toen SEO het onderzoek deed. Het ministerie van Sociale Zaken heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vervolgens gevraagd om te kijken welke onderzochte groep het meest representatief is.

Minder uren baby’s

In het Buitenhek-onderzoek bedraagt het aandeel baby’s 63 procent in verhouding tot het aantal 1-jarigen. Volgens de meting van het CBS is dit normaal gesproken in april  (de datum van het praktijkonderzoek) 61 procent. Buitenhek merkt op dat het CBS hierbij heeft gekeken naar het aantal opvanguren en niet naar het aantal kinderen zoals SEO en Buitenhek dat wel hebben gedaan. Baby’s maken relatief iets minder opvanguren dan 1-jarigen. Na correctie van deze uren, bedraagt het percentage volgens het CBS 62,3 procent.

Marginale afwijking Buitenhek

In totaal blijkt het verschil in het aandeel baby’s tussen de Buitenhek-toets en het landelijke gemiddelde 1 procent te zijn (63 procent versus 62,3 procent). Buitenhek noemt deze afwijking marginaal en ziet het dus ook niet als een verklaring voor het verschil in de geraamde kosteneffecten met SEO. Liever draait Buitenhek de vraag om: zaten er in het SEO-onderzoek niet te weinig baby’s? Volgens het CBS zou het aandeel baby’s (ook weer ten opzichte van het aantal 1-jarigen) in november 59,3 procent moeten zijn. In november vond het onderzoek van SEO plaats. In die tijd zijn er meestal minder baby’s op de groep dan in de eerste helft van het jaar.

Grotere verschillen SEO

Buitenhek zag dat SEO niet op 59,3 procent zit qua aantal baby’s, maar op 55 procent. Dit tekort is veel forser ten opzichte van het landelijk gemiddelde: 7,8 procent. Daarnaast zag Buitenhek nog iets opvallends aan het SEO-onderzoek. Zij hebben een selectie toegepast op het bestand van locaties dat is aangeleverd voor de praktijktoets. Daardoor is het totaal aantal onderzochte locaties niet 142 (zoals bij Buitenhek) maar 71. Het grotere databestand bevat een ongewogen gemiddeld aandeel baby’s van 50,2 procent. Vergeleken met de landelijke data is het aantal baby’s in de tweede SEO-analyse zelfs 18 procent minder. Buitenhek zoomde nog verder in en zag dat het aandeel baby’s bij grote organisaties in het SEO-onderzoek slechts 45,7 procent bedraagt. Dat is zelfs 30 procent lager dan het landelijke gemiddelde.

Effect vijf keer groter

Buitenhek bekeek ook of het verschil in effecten komt door het verschil in het aantal onderzochte dagdelen. SEO bekeek er twee, Buitenhek tien. SEO concludeerde zelf ook al dat het feit dat zij meer organisaties zien zonder kostenstijging hierdoor verklaard kan worden. Maar zij spreken over een klein effect. Buitenhek toont aan dat dit effect vijf keer groter is. Het ligt volgens Buitenhek voor de hand dat het aandeel aanbieders in de SEO-raming sterk wordt overschat door de beperkte steekproef.

Maximum uurtarieven 2019

Buitenhek blijft van mening dat zijn eigen praktijktoets een representatiever beeld geeft van de werkelijke kosteneffecten bij aanbieders met verschillende omvang dan de SEO-rapportage. Desondanks houdt het ministerie van Sociale Zaken vast aan de resultaten van SEO. Dat leidde ertoe dat staatssecretaris Tamara van Ark onlangs bekendmaakte dat ze de maximum uurtarieven voor de dagopvang en bso niet verder aanpast.

Lees de volledige analyse op de website van Buitenhek

Waarom houdt staatssecretaris Tamara van Ark vast aan de SEO-onderzoeksresultaten? Dit legt zij uit in een Kamerbrief. Lees meer in dit bericht

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.