Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties1

Blog Kirsten Fröhlich – Wat gebeurt er als de kinderopvang weer opengaat?

Kirsten Fröhlich
KIRSTEN FRÖHLICH IS LEIDINGGEVENDE EN VIDEO-INTERACTIEBEGELEIDER BIJ KINDERCENTRUM ’T KICKERTJE. ZE VERZORGT WORKSHOPS VOOR DE LANDELIJKE VAKGROEP AANDACHTSFUNCTIONARISSEN KINDERMISHANDELING EN VOOR HET KENNISPLATFORM JONGE KIND, VROEG. FOTO: BONNY HAANAPPEL
Het houdt ons allemaal bezig: hoe verder na de crisis? In de politiek en de media wordt gesproken over de anderhalve-meter-samenleving en het nieuwe normaal, maar wat is dat dan? En wat betekent dat voor ons werk in de kinderopvang?
Kirsten Fröhlich

De coronapandemie is onderdeel geworden van ons leven. De genomen maatregelen zijn lastig, maar vooralsnog niet onoverkomelijk. De lentezon en het feit dat we dagelijks een luchtje mogen scheppen, maakt de intelligente lock-down voor de meeste mensen best dragelijk.

De kinderopvang laat zich van haar beste kant zien, organiseert noodopvang voor kinderen van ouders die in de frontlinie werken, werkt samen met scholen en gemeenten om kwetsbare kinderen in beeld te krijgen en op te vangen en vindt tal van creatieve manieren om het contact met de kinderen op afstand te onderhouden. We doen ertoe en we doen het goed. Onlangs kregen kinderopvangmedewerkers grote bewondering van minister-president Rutte en staatssecretaris Van Ark.

Al bijna vier weken zien we onze vrienden, familie en collega’s nauwelijks of niet meer. We missen de kinderen. Dat valt zwaar. Maar wat gebeurt er als onze kindercentra weer opengaan? Ik zie het schrikbeeld voor me van rood-wit afzetlint, kinderen in vakken van tape op de vloer die keurig wachten in een rij om hun handen te wassen of een wegwerp-bekertje drinken te mogen pakken. Pedagogisch medewerkers met mondkapjes die een baby de fles geven. Kille omgangsvormen waarin we fysieke nabijheid proberen te vermijden.

‘Anderhalve meter afstand in de kinderopvang, hoe dan?’

Vooraanstaande Harvard-onderzoekers stellen dat de kans groot is dat we nog jaren moeten leven met de anderhalve-meter-samenleving. Alledaagse zaken zullen er niet meer hetzelfde uitzien als voor de uitbraak. Contact met ouders zal voorlopig op afstand zijn. Overdrachten via ouderwetse schriftjes of juist heel modern via skype of whatsapp.

Er zullen strikte regels gesteld worden aan het brengen en halen van kinderen, aan openingstijdens van scholen, het aantal kinderen dat gelijktijdig mag buiten spelen en de afstand tussen tafeltjes. In de setting van een schoolklas is dat te overzien, maar hoe gaan we dat doen in de vrije tijd van kinderen? En met jongere kinderen? Iedereen die in de kinderopvang werkt weet het: kinderen vegen hun neus, mond of handen bij voorkeur af aan jouw broek of trui. Ze ravotten er vrolijk op los, springen spontaan op je schoot, maken onderling ruzie, zijn verdrietig of struikelen en storten zich vervolgens vol overgave, snotterend in jouw veilig handen.

Net als medewerkers in bijvoorbeeld de jeugdzorg en kraamzorg, is en blijft fysiek contact in ons werk onvermijdelijk. Daarnaast is aanraken ook nodig voor kinderen. Aanraking is een eerste levensbehoefte. Kinderen bij wie de huid onvoldoende wordt aangeraakt zijn vaker ziek, minder sociaal, leren moeilijker en ontwikkelen geen lichaamsbesef. Zonder gezonde aanrakingservaringen groeien kinderen niet, zowel fysiek als emotioneel. Ze hebben lijfelijke ervaring met gewenste intimiteiten nodig om hun grenzen te leren kennen en goed van fout te kunnen onderscheiden Positief aanraken niet alleen belangrijk is voor het individu, maar ook voor de groep.

Vooralsnog zal onze aandacht vooral gericht zijn op het organiseren van een hygiënische en veilige omgeving voor kinderen en medewerkers. Logistiek en praktisch zal er van alles moeten worden geregeld. De rest is van latere zorg.

Toch wil ik hier pleiten voor aandacht voor het pedagogische aspect van deze operatie. De manier waarop kinderen weer bij ons komen, zal heel verschillend zijn. Sommige kinderen zullen de draad zo weer oppakken, de coronacrisis als een lange vakantie hebben ervaren of doen alsof er weinig aan de hand is geweest. Andere kinderen zullen blij zijn dat ze weer naar school en de kinderopvang mogen, omdat het thuis niet fijn was of ouders niet in staat waren hun kinderen goed te begeleiden, en nog weer andere kinderen hebben misschien angsten ontwikkeld, stress ervaren en zijn daardoor bang, boos of prikkelbaar. De veerkracht en de ervaringen van de kinderen kunnen zeer divers zijn.

‘Wat doet sociale quarantaine, de onzekerheid en het wegvallen van alle vanzelfsprekendheden met een kind?’

Scholen zullen hun handen in eerste instantie vol hebben aan het bijspijkeren van de kinderen. Lang niet alle kinderen hebben goed thuisonderwijs gehad. Er moet weer gerekend, getaald en getoetst worden. Maar wat doet sociale quarantaine, de onzekerheid en het wegvallen van alle vanzelfsprekendheden met een kind? Wat gaat er om in al die koppies?

Er zullen kinderen zijn die opnieuw moeten wennen, maar de meeste kinderen kennen elkaar en vormden al voor de coronasluiting een groep. Laat die groep ook weer een groep zijn. Wellicht zijn we door de anderhalve-meter-maatregel genoodzaakt om in kleinere groepen te gaan werken, met één in plaats van twee vaste gezichten op de groep. Denk daar alvast over na en betrek het mentorschap hierbij. Ga niet uit praktische overweging de kinderen meteen doorplaatsen naar een andere groep, zonder te kijken naar wat een kind nodig heeft. De groep moet straks weer die groep zijn, er verandert al zo veel.

Geef de kinderen de tijd en ruimte om hun ervaringen te delen met elkaar. Pedagogisch medewerkers kunnen de onderlinge interacties stimuleren en zelf ook iets vertellen over wat ze hebben meegemaakt. Schroom daarbij niet om het ook te hebben over mensen die overleden zijn ten gevolge van het virus. Misschien hebben kinderen wel familie of bekenden verloren of zijn ze bang om alsnog dierbaren kwijt te raken. Het bespreekbaar maken helpt. Niet alle kinderen hebben zin om te praten, maar vertellen over wat er in je omgaat kan ook in de vorm van creatieve activiteiten. Denk aan rollenspel, maak een coronakrant, vlog of schilderij, maar ook muziek en bewegen kunnen een uitlaatklep zijn. Samenspeel- en samenwerkactiviteiten helpen elkaar opnieuw te leren kennen. Zoek naar activiteiten die de band met elkaar versterken, zonder fysiek te hoeven zijn. Observeer de kinderen goed om te weten welke kinderen anders reageren of angsten hebben ontwikkeld en zet van daaruit eventueel extra zorg in.

We zullen een nieuwe fase van groepsvorming ingaan. Het nieuwe normaal zal niet gemakkelijk worden. Vooral voor kinderen die het toch al moeilijk hadden. Een pandemie kent geen rechtvaardigheid. Heb oog voor kwetsbare kinderen en het sociaal-emotionele welzijn van de groep.  Kinderen zullen hun weg moeten vinden in deze nieuwe werkelijkheid van afstand houden en strenge hygiëneregels. Maar bovenal moeten zij zich weer veilig en comfortabel gaan voelen en dat kunnen we alleen bereiken als we het pedagogische aspect prioriteit geven.

‘Op de locaties was het stil, heel stil. Geen spelende kinderen, geen vrolijke stemmetjes, geen gehuil. Lege kapstokken met hier en daar een vergeten kledingstuk. Wat kan er in 48 uur veel veranderen.’ Lees de vorige blog van Kirsten

1 REACTIE

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.