Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Screening kindermishandeling schiet tekort

De screening die huisartsen verplicht moeten doen om kindermishandeling op te sporen, leidt te vaak naar onterechte vermoedens. Dat meldt De Volkskrant naar aanleiding van een onderzoek door Maartje Schouten.
Kindermishandeling.jpg
De screening die huisartsen verplicht moeten doen om kindermishandeling op te sporen, blijken te vaak te leiden naar onterechte vermoedens. - Foto: ANP

Ouders die met hun verwonde kind bij de huisarts of de spoedeisende hulp komen worden verplicht gescreend, wat leidt tot veel valse verdenkingen (92%) van mishandeling, schrijft De Volkskrant.

Vijfduizend kinderen

Maartje Schouten, arts-onderzoeker sociale kindergeneeskunde in het UMC Utrecht, promoveert op haar onderzoek naar ruim vijfduizend kinderen die in een jaar tijd op vijf Utrechtse huisartsenposten kwamen. Ze telde het aantal kinderen dat positief en negatief scoorden op de vragenlijst, om vervolgens te kijken van welke kinderen in de tien maanden daarna melding werd gedaan bij Veilig Thuis (advies- en meldpunt kindermishandeling). 92 van de 100 verdenkingen van kindermishandeling waren onterecht.

Screeningsinstrument

‘Het screeningsinstrument bij lichamelijk letsel bij kinderen geeft slechts signalen van een vermoeden van kindermishandeling aan’, zegt Anita Kraak, programmaleider Veilig Opgroeien bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), op de website Zorgwelzijn.nl. ‘Dat wil niet zeggen dat er ook echt sprake is van kindermishandeling. Stap 2 van de meldcode is om in overleg met ouders en deskundigen te onderzoeken of er echt iets aan de hand is.’

Verplichte screening

Sinds 2011 geldt in Nederland, als enige land ter wereld, een verplichte screening op kindermishandeling. Deze werd ingesteld door de Inspectie voor de Gezondheidszorg toen bleek dat er weinig meldingen over kindermishandeling binnenkwamen uit ziekenhuizen, waar artsen er juist vaker mee te maken zouden hebben omdat ouders daar anoniem hulp kunnen zoeken, zonder bemoeienis van hun huisarts. Volgens De Volkskrant wil de inspectie vasthouden aan de vragenlijst zolang er geen betere is. Inspecteur Frank van Leerdam: ‘Voor niets doen is het probleem te ernstig.’ Volgens Schouten is de vragenlijst niet accuraat genoeg. De validiteit van de lijst is voor invoering nooit wetenschappelijk getoetst. Schouten: ‘We kunnen stellen dat ondanks de vragenlijst honderden kinderen worden gemist.’

Lichamelijk letsel

Uit het onderzoek van Schouten blijkt ook dat per 100 daadwerkelijke kindermishandelingen er slechts twee worden opgespoord met het screeningsinstrument. ‘Instrumenten zijn hulpmiddelen, geen doel op zich. Het instrument uit het onderzoek wordt ingezet bij lichamelijk letsel bij het kind’, verklaart Anita Kraak van het NJi. ‘En niet zozeer op andere vormen van kindermishandeling, bijvoorbeeld psychische mishandeling. Daar zijn weer andere signaleringsinstrumenten voor beschikbaar.’

Echte signalen

Schouten constateert in haar onderzoek dat meer scholing aan artsen kan zorgen voor meer bewustwording van de echte signalen van kindermishandeling en het kan zorgen voor zelfvertrouwen bij artsen om het gesprek met ouders aan te gaan.

Training

Anita Kraak: ‘Voor artsen, maar ook verpleegkundigen, jeugdwerkers en professionele opvoeders is het belangrijk goed getraind te zijn in hoe je dat gesprek met ouders voert. Belangrijk is om direct de gezamenlijke bedoeling aan te geven, namelijk dat de veiligheid en de ontwikkeling van het kind centraal staat. Dat vinden alle ouders belangrijk. Op een rustige en verbindende wijze kunt je dan aan ouders uitleggen waarom je deze vragen over hun kind stelt.’

Vroeg stadium

Volgens Kraak is er geen reden om het instrument door artsen van de eerste hulp en huisartsen te vervangen. ‘Het instrument helpt om signalen zo vroeg mogelijk op te sporen. Dat is nodig om kindermishandeling in een vroeg stadium tegen te gaan. De uitslag van deze screeningstool ontslaat professionals natuurlijk niet van de plicht om zelf na te denken over wat er aan de hand kan zijn.’

Checklist voor specifiek letsel

Schouten pleit voor een aparte checklist voor specifiek letsel. Ze werkt aan een app waarmee artsen kunnen achterhalen of blauwe plekken verdacht zijn. Schouten wil ook een lijst voor brandwonden, hersenletsel en botbreuken.

Een verslag van het onderzoek is te vinden op de website van UMC Utrecht.

Frida Noordzij

Of registreer je om te kunnen reageren.