Wet Harmonisatie

Harmonisatie kinderopvang

Harmonisatie kinderopvang

De verschillen tussen kinderopvang en peuterspeelzaalwerk verdwijnen grotendeels door de harmonisatie. Vanaf 2018 zijn de kwaliteitseisen voor beide voorzieningen volledig gelijk. Tweeverdieners ontvangen dan, ongeacht of ze gebruikmaken van kinderdagopvang, gastouderopvang of de peuterspeelzaal kinderopvangtoeslag via het Rijk.Meer

Met ingang van januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterpeelzalen van kracht. Met deze wet worden de kwaliteitseisen voor beide voorzieningen volledig gelijk getrokken. Tweeverdieners ontvangen dan, ongeacht of ze gebruikmaken van kinderdagopvang, gastouderopvang of de peuterspeelzaal kinderopvangtoeslag via het Rijk.

Uit recent onderzoek van Ed Buitenhek (voorjaar 2017) blijkt dat er in 60 procent van de gemeentes geen of hooguit enkele geregistreerde peuterspeelzalen meer zijn. Steeds meer peuterspeelzalen zijn omgevormd naar kinderopvang. Het aantal geregistreerde peuterspeelzalen is verder afgenomen sinds de rapportage van Buitenhek uit 2016. In maart 2016 waren er nog 2.150 locaties, begin 2017 is dat gedaald naar 1.644 locaties. Het overgrote deel staat nu geregistreerd als kinderdagverblijf.

Financieel toegankelijk
In vrij wel alle gemeentes die hun peuterspeelzaalwerk hebben omgevormd, is er een gemeentelijke regeling voor kostwinners en alleenverdieners – die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag – zodat ook voor hen het kortdurend aanbod financieel toegankelijk blijft. Uit evaluaties na implementatie blijkt dat er nauwelijks vraaguitval is onder ouders na de omvorming. De houders geven aan dat een goede informatievoorziening naar ouders knelpunten kan voorkomen. Van de 40% van de gemeenten waar nog wel geregistreerde peuterspeelzalen zijn, hebben de meeste gemeenten plannen voor de omvorming. Het verschilt per peuterspeelzaal en per gemeente hoe ver gevorderd deze plannen zijn.

Eisen aan de ruimte
Het gelijkschakelen van de kwaliteitseisen van kinderdagverblijven en peuterspeelzalen  houdt onder andere in dat er bij peuterspeelzalen niet langer meer met vrijwilligers gewerkt mag worden en dat er nieuwe eisen gaan gelden voor de binnen- en buitenruimte. Op dat laatste gebied, waren er voor peuterspeelzalen nog geen eisen. De onduidelijkheden in de regelgeving op (het gebruik van) buitenspeelruimte werden genoemd als een belangrijk knelpunt dat partijen ervaren bij de harmonisatie.

Buitenruimte
In de huidige eisen is vastgelegd dat een kindercentrum moet beschikken over ten minste 3m2 buitenspeelruimte per aanwezig kind. Er wordt niet expliciet gemaakt of een buitenspeelruimte gedurende de gehele opvangtijd beschikbaar en exclusief toegankelijk moet zijn voor de kinderen van het kindercentrum. Dit zorgt voor onduidelijkheid in situaties waarin een buitenspeelruimte gedeeld wordt.  Als uitgangspunt voor de opvang gaat gelden dat de buitenspeelruimte gedurende de gehele opvang beschikbaar en exclusief toegankelijk is voor de in het kindercentrum aanwezige kinderen. ‘Om samenwerking met andere instanties mogelijk te maken, kan een houder afspraken maken over gedeeld gebruik van een buitenspeelruimte. (…) Indien gedeeld gebruik van de buitenspeelruimte wordt afgesproken, blijft gelden dat elk kind over ten minste 3m2 buitenspeelruimte moeten beschikken’, heeft Asscher gemeld aan de Tweede Kamer.

Peuterleidsters
Veel gemeenten besluiten om de subsidie voor peuterspeelzalen in te trekken en het onder te brengen bij de kinderopvang. De peuterspeelzalen worden opgeheven en de peuterspeelzaalleidsters ontslagen. Zij kunnen dan solliciteren bij de overnemende partij die werkt onder de cao kinderopvang. Een cao waar het salaris 8.2 procent lager ligt dan in de cao welzijn, waar peuterspeelzaalleidsters onder vallen. De vakbond CNV is hier tegen in opstand gekomen. De vakbonden hebben met de brancheorganisatie kinderopvang inmiddels een overgangsprotocol gemaakt waarin overgangsmaatregelen staan als peuterspeelzaalleidsters van de cao welzijn overgaan naar de kinderopvang en dus de cao Kinderopvang. Gemeenten negeren volgens de CNV deze afspraken vaak, waardoor medewerkers tussen de wal en het schip vallen. Meestal ontvangen ze geen transitievergoeding omdat er geen geld is en verliezen ze al hun rechten.

Toezicht
Voor het toezicht is de harmonisatie ook een uitdagende periode waarin zij goed toe moeten zien of peuterspeelzalen aan de nieuwe kwaliteitseisen voldoen. Minister Asscher raadt GGD’en aan om bij reguliere jaarinspecties al te kijken bij peuterspeelzalen of ze naar verwachting na 1 januari 2018 wel aan de eisen voldoen. Peuterspeelzalen weten, als er nog verbeterpunten zijn, dan van te voren waar ze mee aan de slag moeten. Na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel kunnen de GGD’en die locaties als eerste inspecteren om te kijken of er nu wel aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Mocht dit nog steeds niet zo zijn, dan is het aan de gemeente om te besluiten of een beschikking voor exploitatie van een kindercentrum moet worden ingetrokken.

Uitgelicht

Nieuws

Harmonisatie: Checklist voor ouders

Door de harmonisatie worden de kwaliteitseisen voor peuterspeelzalen en kinderopvang gelijk getrokken. Daardoor worden onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk meer op elkaar afgestemd. Waar moeten ouders op letten?
Nieuws

Serie Harmonisatie: Arnhem

Arnhem is van oudsher een stad met veel peuterspeelzaalwerk. Hoe heeft deze gemeente de harmonisatie aangepakt? Lees meer in deel 6 van de serie Harmonisatie.
Nieuws

Juridische harmonisatievraagstukken beantwoord

Sociaal Werk Nederland (SWN) heeft de gevolgen van de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in kaart laten brengen op subsidierechtelijk, aanbestedingsrechtelijk en staatssteunrechtelijk gebied.
Nieuws

‘Kennis peuterwerk niet zomaar weg-harmoniseren’

‘Gemeenten; verlies in de harmonisatie niet de onderscheidende plek van het peuterwerk uit het oog.’

Meest gelezen