Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

PO-Raad: ‘Maak gebruik van elkaars expertise’

Hoe alarmerend zijn berichten over scholen die een aanbod voor 0-4 jarigen zelf invullen? Hoe breed wordt dit gedragen binnen het onderwijs? En wordt de expertise van de kinderopvang wel voldoende erkend? We vroegen het aan de PO-Raad, sectororganisatie voor het onderwijs. ‘Scholen denken het niet beter te kunnen doen dan de kinderopvang.’
PO-Raad-AdobeStock.jpg
Een van belangrijkste redenen voor schoolbesturen om niet te kiezen voor ontwikkeling naar een IKC, is dat zij vinden dat onderwijs hun core business is. - Foto: AdobeStock

Begin 2017 voerde de PO-Raad een peiling uit over IKC-vorming waaraan 263 scholen meededen. Een belangrijke vraag in de enquête ging over het vormen van een ontwikkelaanbod voor alle kinderen, dus ook 0-4 jarigen. Hoewel in de minderheid, vindt gemiddeld genomen 29 procent van de schoolbesturen dat dit een taak van het onderwijs is. Daarbij valt op dat grotere schoolbesturen dit vaker zelf op zich willen nemen (34 procent) dan de eenpitters (19 procent).

Geen commercie

Je kunt dus zeggen dat minder dan een derde van de schoolbesturen vindt dat kinderopvang een taak is van het onderwijs. Er zijn verschillende redenen waarom schoolbesturen vinden dat ze het beter zelf kunnen doen. Vaak omdat zij vinden dat zo’n ontwikkelaanbod moet plaatsvinden binnen één organisatie of IKC met een aanbod voor 0-12 jarigen. Soms ook vinden ze dat hierbij geen commerciële partijen betrokken moeten worden.

Ruim driekwart van de schoolbesturen staat positief tegenover de ontwikkeling tot Integraal Kindcentrum. Het voordeel daarvan volgens de besturen is dat er één doorgaande leerlijn ontstaat voor kinderen van 0-12 jaar. Zo’n omgeving biedt kinderen optimale ontwikkelingskansen, zegt nog eens 82 procent.  Veruit de meeste schoolbesturen zijn er voorstander van om gezamenlijk met de kinderopvang op te trekken. Daarvoor pleit ook de PO-Raad. Een woordvoerder: ‘Wij pleiten ervoor om dit vooral sámen met kinderopvang en peuterspeelzalen te doen, om zoveel mogelijk gebruik te maken van elkaars expertise. Zeker op het vlak van het jonge kind (4-).’ Een van belangrijkste redenen voor schoolbesturen om niet te kiezen voor ontwikkeling naar een IKC, is dat zij vinden dat onderwijs  hun core business is. Dit zegt 28 procent van de besturen die geen voorstander van IKC-vorming is. 

Bij wijze van experiment zijn peuters vanaf 2 jaar nu ook welkom op de Haagse Van Ostadeschool. Hiervoor trekt de gemeente Den Haag 60.000 euro subsidie uit. Als het aan de schooldirecteur ligt, is dit slechts het begin en komen er straks ook al baby’s naar zijn school. ‘Hoe jonger we ze hier kunnen verwelkomen, hoe beter.’ Lees meer

Samenwerken

De PO-Raad pleit al jaren voor een basisvoorziening voor alle kinderen. De woordvoerder: ‘De reden dat wij hard tamboereren voor het wegnemen van regels die kindcentra in de weg staan, is niet dat wij vinden dat alle scholen een kindcentrum moeten worden. Het is ook niet omdat wij denken dat het primair onderwijs hiermee voordeliger uit is. Wij vinden dat je alleen voor een IKC moet kiezen, als zowel kinderopvang, onderwijs als ouders denken dat dit in het belang is van kinderen. Omdat je een gedeelde visie hebt op het leren en ontwikkelen en omdat je wilt samenwerken in het belang van een doorgaande lijn.’

In de peiling van de PO-Raad zie je dat schoolbesturen deze opvatting over het algemeen delen. Het merendeel van de besturen uit de peiling vindt het goed dat scholen zich tot IKC ontwikkelen, met het belang van het kind als belangrijkste argument. ‘Dat is de ambitie van scholen met deze doelgroep’, legt de woordvoerder uit. ‘En dus niet: kinderen zo vroeg mogelijk binnen hebben of denken het beter te kunnen dan de opvang.’

Cultuurverschil

Eén van de uitdagingen is het grote cultuurverschil tussen kinderopvang en onderwijs. De woordvoerder van de PO-Raad denkt dat het tijd kost om dat te doorbreken. ‘Een gemiddelde leerkracht zal bijvoorbeeld een ouder eerder aanspreken op het moment dat hij wat meer betrokkenheid verwacht  dan de gemiddelde pedagogisch medewerker. Dat zit ‘m niet in de opleiding, maar in het simpele feit dat de ouder in het laatste geval de klant is. Andersom horen we over de vrees bij pedagogisch medewerkers dat men te veel het onderwijssysteem wordt ingezogen (met kleutertoetsen en strak inspectiekader). Eén ding is zeker: als je naar buiten toe één team wil zijn, moet je in gesprek over wat dit betekent, tot op gedragsniveau.’ 

Marianne Velsink

Gerelateerde tags

2 reacties

  • M.F. van de Wardt

    Strak inspectiekader? Het onderwijs zou zich een hoedje schrikken als ze op de manier van de kinderopvang geïnspecteerd zouden worden.

  • A Lont

    Interessant punt, er mag uiteraard geen sprake zijn van marktverstoring, met de toekomstige kind ratio's is dat zeker een punt als de scholen dagopvang naar zich toetrekken met als eerste de 2+ groep, dan wordt het voor zelfstandige opvang in achterstandswijken een haast onmogelijke opgave om nog enig rendement te halen.

Of registreer je om te kunnen reageren.