Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Bereid u voor op de Wet IKK

Over vier maanden is het zo ver en is de Wet IKK van kracht. Dit leidt tot enige verwarring: wat moeten kinderopvangorganisaties voor 1 januari 2018 geregeld hebben? Wat kan nog even wachten en waar ligt de prioriteit? Brancheorganisatie Kinderopvang stelde een IKK-schema samen.
Voorbereiding_IKK-iStock.jpg
Wat kunt u nu doen om straks goed voorbereid te zijn op de Wet IKK die vanaf 1 januari 2018 ingaat? - Foto: iStock

De in totaal 21 maatregelen krijgen de laatste weken steeds meer  vorm en inhoud. Maar wat betekent een maatregel voor de bedrijfsvoering en waar moet  je precies aan voldoen? Van sommige maatregelen is de volledige uitwerking nog niet bekend. Brancheorganisatie Kinderopvang adviseert kinderopvangorganisaties in ieder geval om de komende maanden voortvarend aan de slag te gaan met de maatregelen waarvan wel duidelijk is waaraan exact voldaan moet worden.

Dit kunt u nu al doen:

  • Concretiseer pedagogische doelen in het pedagogisch beleid
    > Screen uw pedagogisch beleidsplan: zijn de vier pedagogische doelen voldoende uitgewerkt?
    > Vraag advies bij de oudercommissie bij een aanpassing van het pedagogisch beleidsplan
    > Zorg ervoor dat aanpassingen ook zichtbaar zijn in de praktijk
  • Elk kind krijgt een mentor
    > Omschrijf het mentorschap in het pedagogisch beleidsplan
    > Vraag advies bij de oudercommissie bij een aanpassing van het pedagogisch beleidsplan
    > Als het mentorschap in de functieomschrijving wordt opgenomen, dien dan ook een adviesaanvraag in bij de OR/PVT.
  • Structureel volgen van de ontwikkeling
    >  Leg in het pedagogisch beleidsplan vast hoe de ontwikkeling van kinderen worden gevolgd, geregistreerd en hoe hierover met ouders wordt gecommuniceerd.
    > Leg in het pedagogisch plan ook vast hoe wordt omgegaan met signalen van ontwikkelingsproblemen en hoe externe expertise wordt betrokken.
    > Dagopvanglocaties moeten vastleggen hoe zij de overdracht naar school en de bso organiseren.
    > Vraag advies bij de oudercommissie bij een aanpassing van het pedagogisch beleidsplan
  • Iedere locatie heeft een beleidsplan Veiligheid en Gezondheid
    > Stel een beleid Veiligheid en Gezondheid op waarin wordt ingegaan op grote risico’s en de maatregelen die daartegen genomen worden en kleine risico’s en hoe kinderen wordt geleerd daarmee om te gaan.
    > Het beleid moet in samenspraak met pm’ers worden opgesteld.
    > Het beleid moet locatiespecifiek zijn.
    > Leg in dit plan ook uit hoe de achterwachtregeling is georganiseerd.
    > Leg uit hoe het vierogenprincipe geregeld is (dagopvang en peuterspeelzaalwerk).
    > De Oudercommissie heeft adviesrecht over het beleidsplan.
  • Altijd iemand op locatie met een EHBO-certificaat
    > Breng in kaart hoeveel volwassenen er beschikken over een certificaat Kinder-EHBO.
    > Breng dit ook op locatieniveau in kaart in verband met het inroosteren.
    > Vallen de EHBO-certificaten onder de lijst van erkende EHBO-certificaten?
    > Stel, indien nodig, een actieplan op voor scholing van EHBO.
  • Maximaal 2 vaste gezichten voor 0-jarigen
    > Loop de roostering na om te kijken of er voor elke baby minimaal één van de twee vaste gezichten werkt op de dagen dat het kind komt.
    > Pas het pedagogisch beleidsplan aan over dit punt en vraag hierover advies aan de oudercommissie.
    > Informeer ouders over wie de ‘vaste gezichten’ van hun baby zijn.
  • Wijk maximaal 3 uur per dag af van de beroepskracht-kindratio
    > Eventuele aanpassing van het pedagogisch beleidsplan/ de roostering.
    > Bij een gewijzigd beleidsplan, advies aanvragen bij de oudercommissie.
    > Communiceer actief naar ouders toe over wanneer er wordt afgeweken van de bkr. Het alleen vermelden op de website of in het pedagogisch beleidsplan volstaat niet.
  • Meer mogelijkheden om anders gekwalificeerden in te zetten in de bso
    > Omdat de lijst met verruiming van de kwalificaties in een nieuwe cao opgenomen moet worden, kunt u nog niet meer doen dan afwachten.
  • Niveau 3F/B2 voor mondelinge taalvaardigheid pm’ers
    > Pm’ers hoeven nog niet per 1/1/18 aan de taaleis te voldoen. Wel moet er vanaf dan in worden geïnvesteerd. Breng daarom eerst in kaart welke pm’ers nog niet aan de taaleis voldoen. OCW heeft een overzicht gemaakt van opleidingen die kwalificeren voor 3F. Maar het is nog niet duidelijk of de GGD dezelfde lijst gaat hanteren.
    > Oriënteer welke aanbieders voor taaltraining er zijn.
    > Stel een scholingsplan op voor de nieuwe taaleisen.
  • Pm’ers die werken met 0-jarigen moeten geschoold worden.
    > Ook hiervoor geldt dat er vanaf 1/1/18 een aanpak moet worden geformuleerd over de specifieke bijscholing van babyleidsters.
    > In een nieuwe cao-tekst moet staan welk scholing aan de eisen voldoet. U kunt dus niet veel meer dan afwachten wat er uit de cao-onderhandelingen komt.
  • Taaleisen voormeertalige opvang
    > Alleen voor meertalige bso’s: breng in kaart of medewerkers voldoen aan 3F-taaleis Nederlands en aantoonbaar B2-niveau voor Duits, Engels of Frans.
    > Oriënteer welke aanbieders voor taaltraining er zijn.
    > Stel een scholingsplan op voor de nieuwe taaleisen.
  • Geen formatieve inzet van vrijwilligers toegestaan
    > De bkr mag alleen worden ingevuld met gekwalificeerde pedagogisch medewerkers. Vrijwilligers mogen alleen aanvullend worden ingezet.
  • Maak een opleidingsplan
    > Stel een opleidingsplan samen waarin wordt beschreven hoe wordt ingezet op de ontwikkeling en kennisverbreding van pm’ers en hoe dit wordt geconcretiseerd in de praktijk.
    > Houd rekening met de nieuwe eisen voor taalniveau, kinder-EHBO en scholing voor werken met baby’s.
    >  Verandert de functieomschrijving, dien dan een adviesaanvraag in bij de OR/PVT.
  • Beperkte formatieve inzet beroepskrachten in opleiding en stagiaires
    > Breng in beeld wat de huidige formatieve inzet van deze beroepskrachten is en of daarmee de 33%-eis wordt overschreden (bereken dit op locatieniveau).
    > Pas indien nodig het rooster hierop aan.
    > Wacht verdere uitwerking van dit punt in een nieuwe cao-tekst af.
  • Permanente educatie
    > De landelijke uitwerking van deze eis is belegd bij cao-partijen. Wacht af wat er op dit punt verder wordt besloten.
    > Anticipeer eventueel alvast op permanente educatie in het Opleidingsplan.

Brancheorganisatie Kinderopvang legt in het IKK-schema uit wat de nieuwe regelgeving exact inhoudt en welke veranderingen er vanaf 2019 aan gaan komen. Download het document via de link in dit artikel.

Marianne Velsink

Eén reactie

  • R.M. Kroese

    Als je als kindercentrum op locatieniveau een goed veiligheids- en gezondheidsbeleid hebt, waarin ook al een onderscheid is gemaakt tussen grote risico's en kleine risico's, dan zou ik niet meteen alles omgooien omdat de overheid dit per 1 januari 2018 voorschrijft. De nu gevraagde aanpassingen vraagt om veel meer voorbereidend- en implementatiewerk dan SZW en de Brancheorganisatie doen voorkomen. Niet alleen moet het beleid locatie specifiek zijn, er moet bovendien per iedere binnen- en buitenruimte bekeken worden of een klein risico voor een 3 jarige ook een klein risico is voor een 0 of 1 jarige. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de BSO; ook daar zijn risico's voor 10 jarigen anders dan voor 5 jarigen. Vervolgvraag is of je een 0 of 1 jarige uberhaupt goed kan leren hoe die met dat 'kleine' risico kan/moet omgaan. Wat ook niet helpt is dat bijvoorbeeld de Risico Monitor nog niet is aangepast om je beleid aan te passen. Advies is dus om niks overhaast te doen. De overheid vertelt je alleen wat je moet doen. Het hoe en wanneer is aan jou als kinderopvangorganisatie. Kinderen meer bewust maken van kleine risico´s en niet meer alles dichttimmeren is prima, maar graag wel met de nodige zorgvuldigheid. Het vraagt van de PM'ers een andere manier van denken en handelen. Dat kost nu eenmaal tijd. Doe het daarom stapsgewijs. Het zou mij erg verbazen als de GGD en gemeenten daar straks een probleem over gaan maken.

Of registreer je om te kunnen reageren.