Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Verminder handelingsverlegenheid rond kindermishandeling

Pedagogisch medewerkers hebben een unieke kans om kindermishandeling vroegtijdig te signaleren en te helpen stoppen. Maar vaak ervaren ze belemmeringen die hun handelen in de weg kunnen staan. Hierbij een aantal tips om deze handelingsverlegenheid te helpen verminderen.
Handelingsverlegenheid-kindermishandeling
Om signalen op te kunnen pikken, moeten pedagogisch medewerkers zich allereerst realiseren dat kindermishandeling voorkomt, ook op hun groep. - Foto: iStock

1. Stimuleer besef

Een veelgehoorde belemmering is dat signalen van kindermishandeling moeilijk te herkennen zijn. Dat is ook zo: signalen zijn zelden eenduidig en kunnen vaak ook op iets anders wijzen. Maar om signalen te kunnen oppikken, is het allereerst belangrijk dat pedagogisch medewerkers zich realiseren dat kindermishandeling vóórkomt, ook onder de kinderen in hun groep. 82% van de pedagogisch medewerkers heeft wel eens zorgen over de ontwikkeling, de thuissituatie of het gedrag van een kind, maar ze blijken zelden een verband met kindermishandeling te leggen. Blijkbaar staan zij er onvoldoende bij stil dat de problemen veroorzaakt kúnnen worden door toedoen of nalaten van ouders. Maar de uitdrukking is niet voor niets: je ziet het pas als je het gelooft.

2. Stimuleer kennis

Pedagogisch medewerkers hebben kennis nodig over wat kindermishandeling is, welke vormen er zijn en hoe het ontstaat. Dan leren zij bijvoorbeeld te begrijpen dat de meeste ouders hun kinderen uit onmacht mishandelen en dat mishandeling meer is dan alleen fysiek geweld. Daarnaast moeten ze de verschillende signalen kennen die kunnen wijzen op kindermishandeling. Kinderen kunnen op allerlei andere, vaak subtiele, manieren laten zien dat het thuis niet zo goed met hen gaat: in hun gedrag of uiterlijk, in de omgang met andere kinderen of hun ouders. Het is belangrijk dat pedagogisch medewerkers deze signalen niet alleen herkennen, maar ook met elkaar in verband kunnen brengen. Meestal is het een combinatie van factoren die leidt tot het vermoeden dat een kind thuis mishandeld, verwaarloosd of misbruikt wordt.

3. Doe het samen

Sinds 2013 hebben kinderopvanginstellingen de wettelijke verplichting te beschikken over een meldcode kindermishandeling. Pedagogisch medewerkers moeten weten wat er in die meldcode staat en welke taken en verantwoordelijkheden zij daarin hebben. Een belangrijke boodschap van de meldcode is: doe het niet alleen. Daarom is het belangrijk dat het duidelijk is met wie pedagogisch medewerkers hun twijfels en zorgen kunnen bespreken (met de leidinggevende of met een aandachtsfunctionaris kindermishandeling), dat ze de zorgstructuur kennen, dat ze weten wie vervolgstappen zet en wie contact met Veilig Thuis op kan nemen. Dat helpt om handelingsverlegenheid te verminderen.

4. Betrek ouders vanaf het begin

Het is belangrijk dat pedagogisch medewerkers hun zorgen zo vroeg mogelijk met ouders bespreken. Een veel gehoorde belemmering in de aanpak van kindermishandeling, is dat professionals bang zijn ouders vals te beschuldigen, dat ouders kwaad worden of zorgen ontkennen. Dat is te voorkomen als pedagogisch medewerkers niet wachten tot ze zeker weten dat er iets aan de hand is, maar hun zorgen direct voorleggen aan ouders. Bovendien helpt het om niet te praten over kindermishandeling of vermoedens daarvan, maar vanuit de oprechte zorg om een kind en de insteek om samen te kijken wat nodig is om die zorgen te verminderen. En als het heel lastig is voor een pedagogisch medewerker, laat haar het dan samen doen, bijvoorbeeld met de aandachtsfunctionaris.

5. Blijf aandacht houden voor kindermishandeling

Kinderen die thuis in de knel zitten, zijn afhankelijk van een oplettende buitenstaander om hun benarde situatie te helpen verbeteren. Pedagogisch medewerkers kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Om belemmeringen te overwinnen en handelingsverlegenheid te verminderen is blijvende aandacht voor kindermishandeling en het gebruik van de meldcode nodig. Trainingen in gespreksvoering met ouders en kinderen en (online)scholing over het herkennen en aanpakken van kindermishandeling zijn aan te raden. Daarnaast kan de pedagogisch medewerker veel betekenen voor een kind, ook nadat een melding is gedaan bij Veilig Thuis en/of professionele hulpverlening is ingezet. Door een betrouwbare steunfiguur voor een kind te zijn, het kind positieve aandacht te geven en op de groep een veilige plek te bieden, kan het zich in ieder geval op de opvang ontspannen en gezien voelen.

Edith Geurts, Augeo

Of registreer je om te kunnen reageren.