Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

'Kijk bij taalachterstand kind ook naar ouders'

Meer aandacht voor laaggeletterdheid bij ouders. Dat wil Andy van Kollenburg, teamleider logopedie bij OnderwijsAdvies. ‘We zouden ouders voldoende moeten toerusten zodat zij het kind thuis kunnen stimuleren in zijn taalontwikkeling.’
AndyvanKollenburg.jpg
Andy van Kollenburg

Laaggeletterdheid en logopedie. Twee verschillende disciplines. Maar wel twee die elkaar vaak raken, legt Van Kollenburg uit. ‘De overheid is een paar jaar geleden begonnen met het project Tel mee met Taal, waarvan een onderdeel bestaat uit het terugdringen van taalachterstand bij volwassen. Maar ik vind dat we eerst moeten kijken naar de bron: voorkom laaggeletterdheid.’ 

Laaggeletterdheid

Maar als laaggeletterdheid het probleem is, welke rol speelt logopedie daarbij? Volgens Van Kollenburg een belangrijke. ‘Als jij als kind over onvoldoende taal beschikt, heb je geen zin om te gaan lezen. En laaggeletterden ouders gaan echt niet voorlezen. Ze begrijpen vaak de relatie ook niet tussen voorlezen en taalontwikkeling.’ 

Initiatieven

Hoewel er wel initiatieven worden genomen om ouders aan te moedigen met hun kinderen bezig te zijn met taal, schieten die, hoe goed het initiatief ook is, soms hun doel voorbij. Van Kollenburg noemt als voorbeeld ‘BoekStart’. ‘Op consultatiebureaus krijgen ouders pakketjes met voorleesboekjes baby’s en peuters. Maar als de ouders laaggeletterd zijn, zullen ze niets doen met die boekjes.’ 

Preventieve logopedie

Het doel van Van Kollenburg is dat bij preventieve logopedie ook meteen gekeken wordt naar de ouders van het kind. ‘Gemeenten zien gelukkig het belang van vroegsignalering van taalproblematiek. Nu is het onze taak om gemeenten ervan te overtuigen tijdens die signalering ook te kijken naar laaggeletterdheid bij de ouders.’ Volgens haar moet dat haalbaar zijn. ‘In verschillende regio’s in Nederland wordt preventieve logopedie gegeven. We zouden meer gebruik moeten maken van daar waar je taalachterstand signaleert bij jonge kinderen, zoals op consultatiebureaus en in de opvang. We zouden vervolgens door middel van een screening ook de ouders met laaggeletterdheid kunnen signaleren.’ 

Vroegsignalering

In de kinderopvang ziet Van Kollenburg een belangrijke rol voor de vroegsignalering. ‘Wij scholen in eerste instantie de pm’er op spraak- en taalontwikkeling. Wij leren hoe zij taalachterstand kunnen signaleren. Als de pm’er beter leert signaleren, dan kan ze ons als logopedisten inschakelen voor observaties van het desbetreffende kind. Het resultaat bespreken we met de pm’er en de ouders. Nu zijn er nog geen mogelijkheden om dan ook te kijken naar de ouder. Maar we zouden ouders voldoende moeten toerusten met taal zodat zij het kind thuis kunnen stimuleren in zijn taalontwikkeling.’ 

Hoogste doel

Van Kollenburg vertelt dat een een groot aantal kinderen van de basisschool afkomt die niet het vereiste taalniveau hebben, ruim 10% van de groep 8 leerlingen. ‘Dat moet ons hoogste doel zijn: zorgen dat dat niet meer gebeurt, door maatregelen te nemen die dat voorkomen.’

Pijnpunt

Er is nog een pijnpunt waar Van Kollenburg tegenaan loopt: ‘Als er spraak- of taalproblemen geconstateerd worden bij een kind, is dat heel gevoelig voor de ouders. Maar als ouders begrijpen dat leren voor hun kind moeilijker wordt als er niets aan gedaan wordt, staan ouders open voor alles. Ook als zij daarvoor iets kunnen bijdragen als er sprake is van laaggeletterdheid bij die ouders. Er zou op alle fronten meer moeten worden ingezet op hoe je die gesprekken aangaat met ouders en wat de signalen zijn dat ook ouders moeite hebben met taal.’ 

Andy van Kollenburg is ook bestuurslid bij de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF).

Het aantal kinderen op voorscholen is toegenomen. Goed nieuws? Nee, zegt columniste Aleid Truijens zaterdag 25 februari in de Volkskrant. ‘De goedbedoelde 'indicatie' vergroot de segregatie en de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden.’ Lees meer

Frida Noordzij

Of registreer je om te kunnen reageren.