Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

UWV: Overschot werknemers kinderopvang slinkt

Het aantal banen in de kinderopvang groeit weer. In twee jaar tijd nam het aantal werknemers met 4.500 toe. Vooral voor mbo-4 opgeleide pedagogisch medewerkers en hbo’ers liggen er kansen. Maar de groei gaat waarschijnlijk niet hard genoeg om het aanbodoverschot van potentiële werknemers op te heffen.
Arbeidsmarktcijfers.jpg
De factsheet van het UWV bevestigt nog eens dat, mede door wijzigingen in de kwaliteitseisen, de vraag naar mbo 3 opgeleide pm’ers de komende jaren flink gaat afnemen. - Foto: AdobeStock

Dit blijkt uit een uitgebreide analyse van het UWV naar de branches kinderopvang, jeugdzorg en welzijn. Zij publiceerden een factsheet met arbeidsmarktcijfers tot 2017 en deden voorspellingen voor het komende jaar.

Nul-urencontract

In de kinderopvang is het aantal werknemers tussen 2011 en 2015 gedaald tot 73.000. Daarna groeide het aantal banen weer . Naar verwachting werken er eind 2017 77.500 werknemers in de branche, een stijging van 4.500 werknemers. Kinderopvang scoort van de drie onderzochte branches het hoogst op het aantal tijdelijke contracten. Driekwart van de werknemers werkt met een vast contract in de kinderopvang. De rest werkt vaak met nul-urencontracten of min-maxcontracten. In de welzijnsbranche en jeugdzorg werkt respectievelijk 84 en 86 procent van de werknemers met een vast contract.

Mannen en vrouwen

Dat het aantal deeltijd werkenden in de kinderopvangbranche relatief hoog is, is niet zo verwonderlijk omdat 95 procent van de werknemers vrouw is. Gemiddeld bedraagt het dienstverband 66 procent van een fulltime dienstverband. Het aantal mannen is altijd laag geweest in de kinderopvang. Toch steeg hun aandeel tussen 2005 en 2015 van 3 naar 5 procent.

Jonge branche

Vergeleken met de twee andere branches is de kinderopvang een jonge branche.  Meer dan de helft (51 procent) is jonger dan 35 jaar. Tegelijkertijd nam het aandeel 55-plussers iets toe tot 10 procent. In de andere branches is meer sprake van vergrijzing. Zeker in het welzijnswerk wordt voor de komende jaren een grote verschuiving verwacht van oudere naar jongere werknemers.

Hbo'ers

Het is bekend dat er in de kinderopvang de komende jaren meer behoefte is aan mbo-4 opgeleide pm’ers en hbo’ers. Nu al zijn de meeste werknemers in de kinderopvangbranche opgeleid op mbo 4 niveau. Maar ook het aandeel mbo 3 opgeleide werknemers is nog groot. De groep die daarop volgt zijn de hbo’ers, opvallend vaak met een diploma sociaal pedagogische hulpverlening (SPH) op zak. De overige hbo’ers rondden een opleiding pedagogiek, maatschappelijk werk en dienstverlening of cultureel en maatschappelijke vorming af.

Mbo 4

De factsheet van het UWV bevestigt nog eens dat, mede door wijzigingen in de kwaliteitseisen, de vraag naar mbo 3 opgeleide pm’ers de komende jaren flink gaat afnemen. De vraag naar mbo 4 pm’ers neemt daarentegen toe de komende jaren en dat geldt ook voor hbo’ers. In het welzijn verwacht het UWV dat alleen de vraag naar het aantal hbo’ers flink gaat groeien. Het aantal werknemers op mbo 4 niveau daalt naar alle waarschijnlijkheid. In de jeugdzorg daalt het aantal werknemers op alle niveaus. In alle drie de branches worden werknemers volop bijgeschoold: van niveau 3 naar 4 en van niveau 4 naar hbo.

Vacatures

Het aantal vacatures in de kinderopvang groeide hard. In de top 10-vacatures staat de vacature ‘leider kinderopvang’ bovenaan. Ondanks positieve ontwikkelingen is er nog altijd sprake van een overschot van personeel. Het UWV noemt de kansen voor werkzoekenden in de sector op dit moment nog niet heel groot. Het UWV rept nog niet over personeelstekort in de kinderopvang waar in enkele steden over wordt geklaagd.

In sommige steden is een tekort aan goede pedagogisch medewerkers. Eén van de oorzaken is dat er sprake is van een mismatch tussen vraag en aanbod. Lees meer

Overschotberoep

Wel wordt kinderopvang, zo verwacht het UWV, de komende jaren een veel minder groot overschotberoep. In 2016 was er nog ruim 9 procent verschil tussen de verwachte vraag en het  verwachte aanbod. Het UWV voorspelt dat dit in 2018 is geslonken tot minder dan 4 procent.

Bekijk de factsheet hier

Marianne Velsink

Of registreer je om te kunnen reageren.