Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Serie Harmonisatie: Enschede

Nog even en peuterspeelzaalwerk en kinderopvang moeten geharmoniseerd zijn. In een serie in tijdschrift Management Kinderopvang en op de website Kinderopvangtotaal vertellen kinderopvang- en peuterspeelzaalmanagers hoe hun gemeente de harmonisatie heeft aangepakt en welke lessen hieruit te trekken zijn voor andere gemeenten. Deel 4: Enschede
Harmonisatie-Enschede.jpg

Ook in Enschede was het de gemeente die met een boodschap een duidelijke stip op de horizon zette: het peuterwerk wordt ondergebracht bij de kinderopvang. De gemeente wilde stappen zetten in harmonisatie, VVE en de vorming van integrale kindcentra. Al voor 2013 startte daarom de stuurgroep VVE/IKC. Hierin waren scholenkoepels, kinderopvangorganisaties, welzijnsorganisatie en gemeenteambtenaren vertegenwoordigd. De stuurgroep vormde een adviesorgaan voor de verantwoordelijk wethouder. Ook daar werd duidelijk dat het peuterspeelzaalwerk onder de regie van kinderopvang moest komen.

Samenwerken

Maar de gemeente wilde deze stap niet los zien van meer samenwerking met scholen. De harmonisatie vormde een soort van tussenstap in de vorming van IKC’s in de stad. Sipke Jager was toen adjunct-directeur van Stichting Kinderopvang Enschede. (SKE is sinds 2016 gefuseerd met Kinderopvang Humanitas.) ‘Scholen kregen de regie om voor alle locaties een vaste samenwerkingspartner te kiezen in de kinderopvang en de peuterspeelzaal. Wat er gebeurde, was dat er letterlijk cirkels op de stadskaart werden gezet. De meeste samenwerking is gebaseerd op ligging, maar soms was er al sprake van een bestaande samenwerking die van beide kanten goed beviel. Uiteindelijk kwamen de partijen er uit en ontstonden tientallen van deze samenwerkingsverbanden.’

Invulling geven

Voor SKE betekende dit dat in één keer twintig peuterspeelzalen erbij kwamen. De peuterspeelzaalmedewerkers kwamen in dienst van SKE, vielen onder de nieuwe cao Kinderopvang, en de locaties moesten voldoen aan alle eisen van de Wet kinderopvang. Behalve met het ondertekenen van samenwerkingsovereenkomsten en gemeenschappelijke kwaliteitsafspraken bemoeide de gemeente zich niet met hoe organisaties inhoud gaven aan het IKC. De kinderopvanglocaties bleven grotendeels buiten het schoolgebouw. ‘Maar peuterspeelzalen zaten wel vaak al in of bij de school,’ vertelt Jager, ‘en dat is natuurlijk zo gebleven.’

Wij-zij denken

Hij beschouwde het als een voordeel dat de transformatie van voorschoolse voorzieningen iedereen aanging. ‘Dat leidde tot weinig wij-zij-denken, want we moesten na het vormen van IKC’s allemaal bij nul beginnen. Bovendien hadden we getekend voor gemeenschappelijke doelstellingen voor jonge kinderen in de stad. Van een concurrentiegevoel was er daardoor meteen minder sprake. Ouders betalen voor alle opvang een uniform tarief. Er is geen verschil tussen locatie A of B.’

Integratie

Na de harmonisatie vallen de peuterspeelzalen onder de kinderopvangstichting, maar de locaties functioneren binnen de regio SKE allemaal nog apart. Op sommige locaties zijn na de harmonisatie wel meer heterogene groepen ontstaan waar VVE-kinderen en kinderen van tweeverdieners met elkaar spelen. Maar die integratie kan nog wel beter, vindt Jager. De harmonisatie heeft veel voordelen opgeleverd. ‘Peuters op VVE-groepen worden nu veel systematischer gevolgd en getoetst. We hebben met elkaar een veel beter zicht gekregen op doelgroepkinderen. In de regio SKE zijn hiervoor ook interne begeleiders in dienst genomen. Zij ondersteunen alle groepen, ook de peuterspeelzalen, om kinderen te observeren en waar nodig te adviseren of de ouders en het kind in overleg met de wijkcoaches door te verwijzen naar bijvoorbeeld de jeugdzorg.’

Aanvragen kinderopvangtoeslag

Een niet te onderschatten operatie vond Jager de overgang naar de aanvraag van kinderopvangtoeslag voor tweeverdieners die gebruikmaakten van de peuterspeelzaal. Bij SKE zijn voor deze operatie extra administratief medewerkers aangenomen. Jager: ‘Als SKE hebben wij eerst alle ouders van de bij onze organisatie aangesloten peuterspeelzalen benaderd om te checken wie van hen recht had op kinderopvangtoeslag. Daarop hebben we informatiebijeenkomsten georganiseerd, en ouders – indien nodig – geholpen met vragen bij de aanvraag. Dat was soms nog lastig bij ouders met taalproblemen, en omdat het vaak om weinig uren opvang ging.’ Uitgangspunt is altijd geweest dat ouders zelf verantwoordelijk zijn om de eigen bijdrage te voldoen, ook al is die soms beperkt. Daarbij is de gemeentelijke ouderbijdrage tabel bewust gelijk aan de belastingtoeslag tabel gehouden.

Lof

‘Als ik zie wat Enschede de laatste jaren bereikt heeft, spreek ik daar alle lof voor uit. Als grote organisatie die actief is in meer gemeenten weet je hoe het ook anders kan zijn. Wat dat betreft is de landelijke harmonisatie een zegen, zodat je – als het goed is – straks als peuter in de ene gemeente niet een betere toegang hebt tot voorschoolse voorzieningen dan in de andere gemeente. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn?’

De gemeente Zwartewaterland koos er ook voor om peuterwerk onder de kinderopvang te schuiven. Welke argumenten lagen hieraan ten grondslag en voor welke uitdagingen stonden kinderopvang- en peuterspeelzaaleigenaren daar? Lees meer in deel 3 van de serie

In deel 1 en 2 komen vertegenwoordigers van voorschoolse organisaties aan het woord die voor een andere invulling van harmonisatie kozen. lees hier het verhaal van de gemeente Dordrecht en van de gemeente Velsen.

Marianne Velsink

Of registreer je om te kunnen reageren.