Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Belangrijke IKK-maatregelen voor managers

Sommige maatregelen in de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) worden eerst als pilot getest. Er is ook een aantal maatregelen dat wel direct wordt ingevoerd. Een belangrijke is bijvoorbeeld de gewijzigde mogelijkheid om af te wijken van de beroepskracht-kindratio.
Regels-IKK-management.jpg
In plaats van een jaarlijkse risico-inventarisatie en ongevallenregistratie komt er een veiligheid- en gezondheidsbeleid per locatie. - Foto: iStock

Het pakket aan maatregelen dat gewijzigd wordt met de Wet IKK of nieuw is, wordt niet allemaal vanaf 1 januari 2018 ingevoerd. Zo is er in het akkoord en ook in de onderliggende algemene maatregel van bestuur (ambv) afgesproken dat een deel van de wijzigingen eerst als pilot moet worden uitgevoerd. Zo kan er worden gekeken naar de effecten van het geven van meer ruimte voor maatwerk aan kinderopvangorganisaties, voordat besloten wordt om de regels definitief aan te passen. Het is wel de inzet van de branchepartijen en het ministerie van Sociale Zaken om meer ruimte te geven voor het bieden van maatwerk in de kinderopvang.

Drie-uursregeling

Afgesproken is om wel meteen aanpassingen door te voeren in de zogenoemde drie-uursregeling, de eisen aan de risico-inventarisatie en de wijze waarop het vierogenprincipe nu is verankerd in de kwaliteitseisen. De drie uursregeling waarbij kinderopvangorganisaties die minimaal 10 uur opvang op een dag aanbieden mogen afwijken van de bkr-eisen, leidt nogal eens tot verwarring. De regel is in het leven geroepen zodat pedagogisch medewerkers niet te lange dagen maken zonder pauze. Nu geldt dat kinderopvangorganisaties minder pm’ers op de groep mogen zetten, maar dat mag niet tussen 9.30 uur en 12.30 uur en tussen 15.00 uur en 16.30 uur.

Afwijken bkr

Na 2018 wordt de regel voor een afwijkende inzet anders ingericht. Er bestaan dan niet langer meer tijdsvakken waarbinnen afwijken van de ratio niet is toegestaan. In plaats daarvan moet de houder in het pedagogische beleidsplan opnemen op welke tijden afgeweken kan worden en wanneer niet. Ouders moeten van deze tijden op de hoogte worden gebracht zodat het voor hen inzichtelijk is wanneer er met minder beroepskrachten wordt gewerkt. Het gaat dan om de letterlijke vermelding van de uren waarop minder personeel wordt ingezet. Het alleen noemen van een tijdvak is niet voldoende. Voor de bso geldt dat er hooguit half uur per reguliere middag afgeweken mag worden van de bkr. Op langere dagen (tijdens vakanties) van minimaal 10 uur, mogen ook bso’s drie uur van de bkr afwijken.

Risico-inventarisatie

Het nieuws dat de jaarlijks verplichte risico-inventarisatie verdwijnt, kon op goedkeuring rekenen van de branche. Dat geldt ook voor het schrappen van de verplichting een ongevallenlijst bij te houden. In plaats daarvan moet er een veiligheid- en gezondheidsbeleid per locatie worden vastgesteld. Hierin staat ook hoe de kinderopvangeigenaar of manager dit beleid constant actueel houdt. In het plan moet wel iets worden gezegd over het voorkomen van risico’s, maar het is aan de houder zelf om te bepalen welke hij/zij daar noemt.

Vierogenprincipe

Een verplicht onderdeel is om het risico op grensoverschrijdend gedrag te benoemen door beroepskrachten, stagiaires, vrijwilligers en andere volwassenen en kinderen. Dit betreft niet alleen seksueel misbruik, maar bijvoorbeeld ook het voorkomen van pestgedrag van kinderen onderling. Hieraan verbonden is natuurlijk het vierogenprincipe. Welke maatregelen neemt een kinderopvang hierin en hoe wordt bijvoorbeeld de open aanspreekcultuur zoveel mogelijk bevorderd?

Vrijwilligers

Wat ook al vaststaat is dat vrijwilligers in de bso en in peuterspeelzalen straks niet meer formatief ingezet mogen worden. In plaats daarvan mogen peuterspeelzalen en buitenschoolse opvangorganisaties vanuit deze algemene maatregel van bestuur, net zoals dit reeds voor de dagopvang geldt, alleen beroepskrachten met een passende beroepskwalificatie formatief inzetten. Uiteraard is het wel mogelijk vrijwilligers bovenformatief in te zetten.

Opleidingseisen pm'ers

Omtrent de opleidingseisen van beroepskrachten komen er ook nieuwe eisen bij. Voor alle pedagogisch medewerkers gaat een minimaal taalniveau 3F gelden. Daarnaast wordt ingezet op specifieke scholing van beroepskrachten in de babyopvang. Een derde verandering is dat er op de locatie altijd een volwassenen aanwezig moet zijn met een geldig en erkend kinder-EHBO certificaat. Hoe dit precies wordt uitgewerkt, wordt later duidelijk in een ministeriële regeling.

Pedagogisch beleidsmedewerker

Wat uiteraard niet mag ontbreken in deze lijst is de eis dat kinderopvangorganisaties hun beroepskrachten ondersteunen door de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker (minimaal hbo-opgeleid). Dit is een persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een kindercentrum, bezoldigd is en belast is met de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens of het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden. Onlangs is besloten dat deze maatregel een jaar later ingaat dan de rest: 1 januari 2019, zodat de branche zich hier beter op kan voorbereiden.

Coaching

Iedere pm’er krijgt dan recht op pedagogische coaching van deze collega. Om ruimte te bieden voor maatwerk aan houders is gekozen voor een jaarnorm per houder. Dit betekent dat een houder zelf kan bepalen wanneer pedagogisch beleidsmedewerkers gedurende het jaar worden ingezet en zelf een verdeling van de beleidsvormingsuren en coachingsuren kan maken voor de kindercentra en/of peuterspeelzalen die hij exploiteert. Hierbij geldt wel als randvoorwaarde dat elke beroepskracht jaarlijks gecoacht wordt.

Rekentool

Voor de ondersteuning bij de berekening van het minimum aantal uren waarvoor pedagogisch beleidsmedewerkers ingezet moeten worden, wordt een online rekentool ontwikkeld. De kwalificatie-eisen aan pedagogisch beleidsmedewerkers worden, net als de kwalificatie-eisen aan beroepskrachten, verankerd op het niveau van een ministeriële regeling.

Lees meer in het Ontwerpbesluit Kwaliteit Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk

Marianne Velsink

3 reacties

  • Tina Jansen

    En wie gaat die hbo-ers betalen?
    Ik denk dat de kleine kinderdagverblijven het nog heel zwaar gaan krijgen.
    Jammer dat het zo moet.
    Natuurlijk ben ik voor verbetering, maar een hbo-er kost veel meer geld en moet je die nu inruilen voor een pm-er die al veel ervaring in de kinderopvang heeft?

    In de kinderopvang werken veel moeders met kinderen, dus parttimers.
    Hoe gaan we dat straks doen als er maximaal 2 gezichten op de babygroep mogen staan? Allemaal maar 40 uur gaan werken?
    En hoe lossen ze dat op een verticale groep op?

  • T de Klein

    Coachen staat niet gelijk aan 'vertellen hoe het moet'. Oók als je 17 jaar ervaring hebt (of misschien wel júist als je 17 jaar ervaring hebt) kun je heel veel plezier hebben van 'n coach!

  • I. Hofstee

    Een pedagogische coach van min 18.(?) die pedagogische medewerkers die ruim 17 jaar ervaring hebben, moet gaan vertellen hóe t moet!
    Hóe verzin je het.

Of registreer je om te kunnen reageren.