Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

‘Investeer in het groepsgevoel’

De groepsbezetting verandert continu, zowel wat de kinderen als pedagogisch medewerkers betreft. Maar daarom is het juist belangrijk om te investeren in het groepsgevoel. Dit ontdekte Mireille Aarts, pedagoog bij KION in haar promotieonderzoek Group Functioning in Child Care Centers. Maar hoe doe je dat?
Groepsgevoel.jpg
Hoe langer de kinderen bij elkaar in de groep zaten, des te meer ze in elkaar geïnteresseerd waren en samenspeelden. - Foto: Fotolia

Aarts filmde voor haar promotieonderzoek interacties tussen kinderen en groepsmomenten op dertig verticale en veertien peutergroepen. ‘Ik filmde gedurende de hele dag vrij spel en wachtmomenten', vertelt Aarts. Al met al was ze, naast haar werk bij KION, tien jaar met het onderzoek bezig aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze werd begeleid door professor Marianne Riksen-Walraven.

Positief gedrag

Aarts keek naar de sfeer in de groep, of kinderen belangstelling hadden voor elkaar, of ze elkaar opzochten om samen te spelen, naar elkaar keken, elkaar hielpen en of er conflicten waren. Dit positieve gedrag waarin kinderen sociaal bij elkaar betrokken zijn, zag ze meer terug in groepen met oudere kinderen en in kleinere groepen. Hoe langer de kinderen bij elkaar in de groep zaten, des te meer ze in elkaar geïnteresseerd waren en samenspeelden.

Groepsgevoel stimuleren

Ondanks de steeds wisselende samenstelling van de groep, zijn er genoeg momenten waarop pedagogisch medewerkers dat zo belangrijke groepsgevoel kunnen stimuleren, vindt Aarts. ‘Bij de ontvangst kun je de groep bijvoorbeeld vertellen dat Mark er weer is. Kinderen reageren daarop en heten hem welkom. Dat geeft Mark een fijn gevoel.’
Uit het onderzoek van Aarts blijkt dat pm’ers wel investeerden in hun interactie met kinderen, maar veel minder in contacten tussen kinderen. Dit is een bevestiging van wat eerdere kwaliteitsonderzoeken in de kinderopvang hebben aangetoond.

Interactie stimuleren

Door de camera zag Mireille Aarts soms dat kansen onbenut bleven. ‘Dan banjerden pedagogisch medewerkers dwars door contacten tussen kinderen heen.’ Of pm’ers bemoeiden zich met een gesprek tussen twee kinderen. ‘Met alle goede bedoelingen, maar ze namen het gesprek dan over, terwijl dat eigenlijk niet nodig was.’ Verder laten pm’ers vaak momenten liggen waarop ze de onderlinge interacties tussen kinderen juist kunnen stimuleren. Aarts: ‘Heeft Kim hulp nodig bij een activiteit? Bied het dan niet zelf aan, maar vraag een ander kind of hij of zij haar kan helpen.’ Pm’ers kunnen kinderen ook veel vaker gezamenlijke opdrachten meegeven. Op die manier kun je kinderen een extra zetje in de rug geven om iets samen te doen.

Belangrijke taak

Want als er iets is wat Aarts heeft geleerd van haar onderzoek is dat het helpt om contacten tussen kinderen in een groep te stimuleren. ‘Hier ligt voor jou als pedagogisch medewerker een belangrijke taak.' Hoewel een groepsgevoel voor alle kinderen waardevol is, zag Aarts dat vooral kinderen die van zichzelf wat angstig en teruggetrokken zijn, extra gebaat zijn bij een goede sfeer in de groep.

Lees hier een korte Engelstalige samenvatting van haar onderzoek

Kinderen vanaf 3 jaar zijn al heel goed in staat om hun gedrag aan te passen aan een leeftijdsgenootje. Hoe meer prosociale gedragingen het ene kind vertoonde, hoe meer prosociaal zijn speelkameraadje was. Dit bleek onlangs uit promotieonderzoek van Hinke Endedijk aan de Radboud Universiteit. Lees meer

Marianne Velsink

Of registreer je om te kunnen reageren.