Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

10 tips om kinderen aan het praten te krijgen

Veel pedagogisch medewerkers krijgen er vroeg of laat mee te maken: een kind dat niet of nauwelijks praat op de groep. Omdat het verlegen of onzeker is, of omdat het de stoornis ‘selectief mutisme’ heeft. De Stichting Behandeling Selectief Mutisme geeft tips om kinderen toch aan het praten te krijgen.
tips-praten
Beloon iedere poging van het kind om te communiceren (non-verbaal of verbaal) met een compliment, aandacht of stickertje. - Foto: Fotolia

Selectief mutisme is een psychische aandoening die bij ongeveer een tot zeven op de duizend kinderen voorkomt. Kinderen met deze aandoening kunnen wel praten en begrijpen goed wat er tegen hen gezegd wordt, maar praten zelf niet in bepaalde sociale situaties. Een kind met selectief mutisme spreekt bijvoorbeeld op de peuterspeelzaal of op school lange perioden niet, terwijl het zijn of haar ouders thuis de oren van het hoofd kletst.

Heel verlegen

Maar niet ieder kind dat niet praat heeft selectief mutisme. Kinderen kunnen ook gewoon heel verlegen of onzeker zijn, en daarom hun mond houden. Het kan soms lang duren voordat ze in de groep durven te gaan praten. Deze tips helpen pm’ers hiermee om te gaan:

  1. Zie het niet als iets ergs als een kind (nog) niets durft te zeggen tegen anderen. Help het kind om op andere manieren te communiceren (zwaaien, iets geven aan een ander kind, ja/nee knikken) en complimenteer het daarmee.
  2. Zoek een rustig moment om met het kind te praten, bijvoorbeeld na het haalmoment als de andere kinderen weg zijn en er een ouder bij is.
  3. Vraag het kind iets van thuis mee te nemen om te laten zien. Kies een veilige plek en een rustig moment en stel er wat vragen over. Kijk of het kind deze durft te beantwoorden of zelf iets durft te vertellen. Als het nog niet verbaal durft te antwoorden, stel dan gesloten vragen waarop het kind kan knikken of schudden met zijn hoofd.
  4. Geef het kind een opdracht of werkje om samen met een vriendje of vriendinnetje te doen. Wijs ze een rustige plek en loop af en toe langs. Zeg iets positiefs over wat ze aan het doen zijn, maar stel nog geen vragen. Als je merkt dat het kind met het vriendje durft te praten, kun je later eventueel een vraag stellen.
  5. Laat tijdens een gesprekje geen lange stiltes ontstaan. Geef het kind de kans om iets te zeggen, maar vul stiltes zelf op met een opmerking of een vraag waarop het kind ja kan knikken of nee kan schudden.
  6. Beloon iedere poging van het kind om te communiceren (non-verbaal of verbaal) met een compliment, aandacht of stickertje.
  7. Gebruik humor om het kind spontaan iets te laten zeggen. Zeg bijvoorbeeld expres iets dat niet klopt en kijk hoe het kind reageert.
  8. Laat het kind nooit als eerste iets doen, maar laat het eerst kijken naar andere kinderen.
  9. Stel geen eisen waar het kind niet aan kan voldoen, maar zoek een alternatief zodat het kind wel kan participeren.
  10. Als andere kinderen zich afvragen waarom het kind niet praat, leg het dan uit als iets heel gewoons: het kind vindt het nog moeilijk en durft het nog niet, net zoals iedereen wel eens iets moeilijk vindt. Maar probeer vervolgens te voorkomen dat de andere kinderen het kind te veel gaan helpen, of gaan moederen. Dat komt het zelfvertrouwen van het kind niet ten goede.

Er bestaat ook een methode om via gebaren te communiceren met baby’s en kinderen. Het vergoot de interactie en de rust op de groep. Lees meer

Marijn Klok

Eén reactie

Of registreer je om te kunnen reageren.