Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Er gaat veel mis bij indicatie en uitvoering VVE

Er is vaak kritiek op wat Vroeg en Voorschoolse Educatie (VVE) oplevert. Onderzoekers van het Kohnstamm Instituut en het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen zagen hoe moeilijk het is voor pedagogisch medewerkers om doelgroepkinderen, met uiteenlopende problemen, naar een goede start op de basisschool te begeleiden. Zij doen suggesties voor verbeteringen in de indicatie en de uitvoering van VVE.
Er gaat veel mis bij indicatie en uitvoering VVE
Foto: ANP

Onderzoekers stuitten in hun onderzoek naar het traject van VVE, van indicatie tot invulling op de groep, op een hoop obstakels. Uit een eerder onderzoek van het ITS/Kohnstamm Instituut bleek al dat gemeenten zeer uiteenlopend indiceren. Dat kwamen de onderzoekers nu weer tegen. Er wordt onder andere gekeken naar de achtergrond van een kind: wat is het opleidingsniveau van de ouders? Is het kind van buitenlandse afkomst? Dat kan op korte termijn een oordeel opleveren of een kind in aanmerking komt voor VVE-subsidie.

Screeningsinstrument

Lastiger is de indicatie van het kind zelf. Daarvoor worden screeningsinstrumenten gebruikt waarmee kan worden bijgehouden of de ontwikkeling van een kind afwijkt van normale curves. De onderzoekers zagen echter dat de validiteit van deze instrumenten nooit is onderzocht. Het is niet duidelijk hoe de indicatoren van de achtergrond en het monitoren van de ontwikkeling van een kind zich tot elkaar verhouden, vinden de ITS/Kohnstamm-onderzoekers. Zij vragen zich ook af of deze informatie bijdraagt aan het doel van VVE, namelijk het voorkomen van achterstanden.

Achterstanden

De Wet OKE gaat uit van vier ontwikkelingsdomeinen: taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en de motorische ontwikkeling. 'Zegt de indicatie van een kind iets over hoe zij functioneren op deze gebieden?', vragen de onderzoekers zich af. Eenmaal geïndiceerd, is het voor pedagogisch medewerkers allesbehalve een makkelijke opgave om achterstanden van peuters te signaleren en weg te werken. Waar VVE-programma's inzetten op de vier eerdergenoemde domeinen, zien pm'ers vaak dat kinderen gedragsproblemen of –stoornissen hebben. Deze problemen worden niet altijd gedekt door VVE-programma's.

Onderwijsprogramma's die zich richten op peuters en kleuters, zoals Vroeg- en Voorschoolse Educatie, leiden niet tot betere schoolresultaten. Dat concluderen sociologen Inge Bruggers en Maurice Gesthuizen en onderwijskundige Geert Driessen in een onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen. Lees meer >>

Individuele aandacht

De onderzoekers vinden het nogal wat, wat de pedagogisch medewerker voor de kiezen krijgt: hoe gedraagt een kind zich? Waar komt dat gedrag vandaan? En wat heeft dit kind nodig om achterstanden in te lopen? Maar op een groep is het niet altijd mogelijk om alle kinderen de individuele aandacht te geven die ze verdienen. De onderzoekers noemen als extra uitdaging de tijd van maximaal anderhalf jaar waarin de achterstanden weggewerkt moeten zijn zodat kinderen zonder achterstand kunnen instromen op de basisschool.

Basisvoorziening

VVE-experts werkten ook aan het onderzoek mee. Zij pleitten bijna allemaal voor VVE als basisvoorziening in een gedifferentieerd aanbod, afgestemd per kind. Ze willen af van VVE als aparte voorziening. Dat plan kan wel consequenties hebben voor, onder andere, het opleidingsniveau van de pm'ers en de financiering van VVE.

Basisvoorziening

Het onderzoek doet een aantal aanbevelingen aan de overheid. Allereerst: zorg voor duidelijk beleid. Dat kan door van de kinderopvang een basisvoorziening te maken, voor alle kinderen, met 'passende VVE'. Andere aanbevelingen zijn:

  • Verbeter de samenwerking tussen de verschillende partijen, zoals consultatiebureau/JGZ, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, basisscholen en gemeenten.
  • Ontwikkel een valide en betrouwbaar screeningsinstrument, specifiek gericht op VVE.
  • Investeer in ouderbetrokkenheid en –participatie , thuis en in de groep.
  • Besteed in de opleiding van de leidsters nadrukkelijker aandacht aan sociaal-emotionele, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen, opbrengstgericht werken, interactievaardigheden, differentiëren, eigen taalvaardigheid Nederlands, ouderparticipatie.
  • Zet onderzoek uit naar de effecten naar nieuwe aanpakken of programma's die gericht zijn op zorgkinderen of combinaties van kinderen met zorg en achterstanden in de voorschoolse voorzieningen.

Download hier het onderzoek:

Marianne Velsink

Of registreer je om te kunnen reageren.