Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Oefenen met je oren

Een oefening om de zintuigen te stimuleren: train je oren. De wereld is vol geluiden. Dat vraagt om een verkenning. Een aantal mogelijkheden op een rij. Benoem alles wat je doet en herhaal de woorden, zo breiden de kinderen meteen hun woordenschat uit.
Oefenen met je oren
Foto: ANP Photo, Marcel Antonisse

Geblinddoekt

De pedagogisch medewerker doet iedereen een blinddoek om en laat steeds een geluid horen. Je moet er eerst wel een stukje voor lopen. Neem de kinderen mee naar de keuken en laat de kraan lopen, ga naar de toiletten en trek een toilet door, wandel door de hal en doe een deur dicht. Maak het dan een tikje moeilijker. Blader in een krant of zet een klok op tafel die zachtjes tikt. Geef de kinderen om beurten de kans om te raden, anders zullen steeds dezelfde kinderen roepen.

 

Wat valt er?

Het geluidsspel kun je een tandje moeilijker maken door steeds iets te laten vallen. De groep zit met de rug naar de tafel en één kind mag steeds iets op tafel laten vallen. Een magazine, een boek, een handjevol kleingeld, spijkers, een stuiterbal. Wie kan de meeste geluiden raden?

 

Geluidswandeling

Welke geluiden hoor je allemaal tijdens een ‘geluidswandeling’? Sta af en toe stil, maak een kring, geef elkaar een hand en sluit de ogen. Wat hoor je in het park? Vogels, voetstappen, een fietser op het fietspad. En wat hoor je in de straat? Een auto, een fietsbel, de wind langs de huizen.

 

Wat zegt een dier?

Dieren praten net als mensen, maar in hun eigen dierentaal. Bezoek de kinderboerderij en luister naar de geluiden die de dieren maken. Probeer ze te imiteren. Een kip maakt een heel ander geluid dan een geit of een hond. Je kunt dit ook in het kindercentrum doen met behulp van geluiden op band. Laat een brullende leeuw, een krijsende aap, een briesend paard en een trompetterende olifant horen. De kinderen mogen raden welk dier het is en het geluid nadoen.

 

Vol en leeg

Iets wat vol is, klinkt heel anders dan iets wat leeg is. Neem een aantal trommels en flessen en houd er steeds één leeg, terwijl je de andere vult. Een leeg plastic flesje en eentje gevuld met water. Een lege plastic trommel en één gevuld met rijst, yoghurt, kralen of knikkers. Neem een lepel en sla tegen een lege glazen fles en tegen één gevuld met water. De kinderen mogen alles volop zelf uitproberen.

 

Zoek de poes

De groep staat geblinddoekt in een grote ruimte, bijvoorbeeld de gymzaal. Eén kind is de poes. Het kind sluipt zachtjes op zijn sokken naar een hoekje en zegt dan ‘miauw’. De geblinddoekte kinderen proberen de poes te vinden. Vervolgens sluipt het kind weer naar een ander plekje en miauwt opnieuw. De kinderen leren zo goed luisteren en reageren op geluiden. Na een tijdje mag een ander kind voor kat spelen.

Carla Overduin

Of registreer je om te kunnen reageren.