Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Ergonomische tip van de maand april

RIJDEN MET DE BOLDERKAR
Vaak gebruiken kinderdagverblijven of peuterspeelzalen een bolderkar om kinderen te vervoeren die nog niet of niet zo lang kunnen lopen. Je houdt ze lekker bij elkaar en voorkomt gevaarlijke verkeerssituaties. Een bolderkar met zes kinderen erin is redelijk goed te duwen als de omstandigheden goed zijn en de kar goed functioneert.
Lastiger is het bij hellingen, opstapjes of stoepranden. Of wanneer de banden te hard of te zacht zijn.

TIP: EEN SCHUINE RAND BIJ DE WIELEN

Als voor de wielen een schuine rand onder de bolderkar wordt gemaakt, duwt de kar
zichzelf geleidelijk de stoep op. Dit kost minder kracht en inspanning.

TIP: GOEDE GROTE (LUCHT-)BANDEN

Een bolderkar die voorzien is van grote (lucht-)banden is gemakkelijker de stoep
op te krijgen dan een met massieve, kleine wielen. Ook hier geldt, hoe onregelmatiger de
ondergrond, hoe zachter de wielen moeten zijn. Hard opgepompte banden zijn de beste keus als je de kar alleen gebruikt op vrij gladde ondergronden. Als de kar ook op hobbelige ondergronden gebruikt moet worden zijn wat zachtere banden beter.

TIP: OPRITJES

Maak zoveel mogelijk gebruik van op- en afritjes voor invaliden om de stoep op en af
te gaan.

WANNEER IS DE BOLDERKAR TE ZWAAR BELADEN?
Je kunt dit eenvoudig meten.

HET METEN VAN DUW- OF TREKKRACHT
De duwkracht van een vervoermiddel (bolderkar) mag volgens de norm maximaal 20 kg
bedragen. Dit betekent dat het verplaatsen van de kar niet meer kracht mag kosten dan 20 kg. Maar hoe bepaal je nu of de kar die je gebruikt hieraan voldoet? Let op, het gaat hier om de kracht die het kost om de kar te verplaatsen. Het betekent dus niet dat er maar 20 kg aan kinderen mag worden verplaatst!

TIP: METEN VAN DE KRACHT

Om de duwkracht zonder een duw-trekkrachtmeter te bepalen zijn verschillende methodes voor:

1. Maak een touw aan de duwstang van de bolderkar laat deze over een vast punt lopen. Hang aan het einde van het touw een gewicht van 20 kg (b.v. twee emmers met 10 liter water). Wanneer de bolderkar dan net in beweging komt, voldoe je aan de norm. Blijft de kar staan dan is de kracht om hem te verplaatsen dus meer dan 20 kg. Voer deze
meting wel uit in een realistische omgeving. Met andere woorden, als je de kar vooral buiten gebruikt op stoeptegels dan is het natuurlijk het beste om ook de kracht buiten te meten.
2. Een andere manier (iets minder nauwkeurig) om de duwkracht te bepalen, is door een collega tegen de duwstang van de bolderkar te laten leunen. Laat een leidster van ±70 kg tegen de duwstang van de bolderkar steunen. De leidster gaat langzaam steeds schever staan. Op een bepaald moment zal zij de kar in beweging brengen. Hoe schever ze daarvoor moet staan, hoe groter de kracht is die ze uitoefent. Als de kar gaat rijden en de afstand tussen haar voeten en de kar minder is dan 25 cm dan is de kracht kleiner dan 20 kg. Gaat de kar pas rijden als de afstand groter is dan 25 cm dan is de kracht groter dan 20 kg.

DUWEN OF TREKKEN VAN EEN BOLDERKAR?
Duwen van een kar is altijd fysiek minder zwaar dan trekken. Je kunt dan goed gebruik maken van je lichaamsgewicht, waardoor het minder kracht kost voor je armen en benen.
Het allerzwaarste moment is het ingang brengen van de kar. Doe dit rustig aan, dan is de kans op overbelasting van je rug, nek of schouders het minst. De winst die je haalt uit het snel op gang brengen van de kar is heel gering. Die paar seconden haal je met gemak weer in wanneer de kar eenmaal goed op gang is gekomen.

Marike

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.