Over ouders, over collega’s en over het curriculum

Eindelijk ben ik er weer aan toe gekomen - aan de videocolleges. Ik was zo blij dat ik de mogelijkheid had gekregen om deze colleges te kunnen volgen. Ik voelde me weer studente. Maar ondertussen ben ik dus een "echte" studente geworden. Ik volg een hbo-studie pedagogiek. En daar gaat ontzettend veel van mijn tijd in zitten.

Het grote voordeel van deze videocolleges was het feit dat ik ze kon volgen op het tijdstip dat mij het beste uitkwam. Ik hoefde nergens naar toe te gaan. Ik kon rustig achter mijn computer zitten, naar de uitleg te luisteren en naar de opgenomen filmpjes te kijken.

In het 23ste college ging het over de omgang met ouders. Zeer belangrijk natuurlijk. Want wat blijkt het speerpunt te zijn? Juist: de communicatie. Daar staat en valt alles mee. Duidelijkheid bieden, niet steeds om het probleem heen te draaien - dat is o.a. heel belangrijk. Verder is me opgevallen dat ouders gevoelig zijn voor het uitstralen van kennis van de leidsters. Dit beseffen de leidsters soms niet, vind ik.
Er goed opletten of de emotiegrens van de ander in het gesprek niet wordt overgestoken - want dan luistert die ander niet meer naar de informatie. Hier wil ik extra aandacht aan besteden.

In het 24ste college werd samenwerken met collega's besproken, groepsdynamica, en de fases welke te ontdekken zijn in de ontwikkeling van elk team. Want voordat het team de hoogste ontwikkelingsfase bereikt - "de volwassenheidsfase", in welke er genoeg onderling vertrouwen en veiligheid is en wanneer er al gedelegeerd kan worden en de teamleider een stapje terug kan doen - moet er eerst van alles gebeuren wat de teamvorming betreft. Het ontstaan van de teamcultuur, het vormen van eilandjes, de taken van de teamleider komen ook aan bod in dit college.

Het laatste, 25ste videocollege bestaat uit een interview met de projectleidster van Het Landelijk Curriculum Kinderopvang, met de universitaire pedagoge Elly Singer. Ik heb Elly Singer gezien en gehoord op het landelijke congres van het vakblad Kinderopvang . Ik heb ook deelgenomen aan een paar bijeenkomsten over het curriculum waar Elly Singer aanwezig was.
In het interview met Steven Pont vertelt Elly Singer enthousiast over het totstandkomen van het curriculum, over de belangrijkste onderdelen ervan, over de waarde ervan voor de pedagogische medewerkers in de kinderopvang. Alle ons omringende landen hadden al zo'n curriculum, het werd echt de tijd dat Nederland ook zijn eigen curriculum heeft gekregen.
Ik vind het persoonlijk een fantastische initiatief en ik ben er echt trots op dat wij - de medewerkers in de kinderopvang - op een goede theoretische basis kunnen terugvallen en er leuke praktische voorbeelden in kunnen vinden.

Zo, alle 25 colleges heb ik doorgelopen, alles is afgerond. Ik vond het een verrijking. Als het aan mij lag zou ik de colleges op een of een andere manier in de opleidingen van jonge leidsters integreren of er een gebruik van gaan maken op de studiedagen in de kinderopvangorganisaties.
De manier waarop Steven Pont de uitleg geeft vind ik duidelijk en overzichtelijk. En de reacties van de pedagogische medewerkers op verschillende onderwerpen verlevendigen de colleges. De onderwerpen spreken me aan.
Dus: het was absoluut de moeite waard om deze colleges te volgen. Bedankt het blad Kinderopvang, bedankt de Kinderopvangacademie, bedankt Steven Pont!

Nog vragen of wil je reageren? Dat kan!



Monika Katinger - Wat lekkers, wat lekkers, wat lekkers hoort er bij...

Zeker, er zijn (genoeg) momenten wanneer wat lekkers er absoluut bij hoort. Maar wat gebeurt er ondertussen? Daar gaat het om. Wat eten wij en onze kinderen 's morgens (als ze 's morgens al eten!),'s middags, 's avonds. En hoe een kinderdagverblijf ook aan het ontwikkelen van een goed voedingspatroon kan bijdragen.

Veel van de uitleg van Charlotte Maintz, manager kinderservice van Trizia, die zij in het viertiende Kinderopvangcollege heeft gegeven, kende ik al. Persoonlijk heb ik de meeste van haar tips gelukkig bij het opvoeden van mijn nu al volwassen zoon wel gebruikt. En ik ben tevreden met het resultaat dat mijn streven heeft opgeleverd.

Zonder ontbijt naar de kinderopvang
De vraag is hoe we de gevarieerde voeding ook in het kinderdagverblijf kunnen aanbieden en op welke manier we de ouders eventueel ook de goede tips kunnen te geven, zonder dat het beschuldigend over zal komen.
Ik ben er trots op dat we in het najaar een ouderavond met het thema "Gezond eten, gezond opgroeien" hebben georganiseerd op ons kinderdagverblijf. De presentatie werd gegeven door de opvoedingsdeskundige van het Ouder-en-kind centrum.
De opkomst was goed. Er werden veel vragen gesteld. Waarover veel ouders en leidsters zich hebben verbaasd is het feit dat veel kinderen zonder ontbijt naar school of naar kinderdagverblijf komen. Ook het feit dat te veel melk niet goed is voor kinderen en dat de kleintjes sowieso niet te veel hoeven drinken (anders gaan ze minder eten) was nieuw voor vrij veel ouders.
Elke groep van ons team heeft een gezonde traktatie voorbereid. Kleine broodrolletjes, vissticksbootjes, komkommerkrokodil met knakworstjes en groente- en fruitspiesjes vielen goed in smaak.
De ouderavond voorzag duidelijk in behoefte en het vervolg zal misschien niet overbodig zijn.

Smaakontwikkeling
Wat ik zelf veel meer zou willen zien in een kinderdagverblijf, is vooral meer variatie. Bijvoorbeeld: ook groente of fruit als broodbeleg en tussendoortjes niet als een "verwenmoment" zien, maar als een belangrijk "voedingsmoment" (tussendoortjes worden eigenlijk vooral thuis vaak als een verwenmoment gezien).
Leidsters en ook ouders zouden moeten beseffen dat introduceren van nieuwe smaken gepaard moet gaan met doorzetten en geduld. En dat een kind dan op een bepaalde dag meer honger zal hebben als hij/zij zal weigeren om iets nieuw te gaan eten.
We hoeven ons dan geen zorgen maken, want - zoals Charlotte zei - kinderen hongeren zich niet uit en het is zeker de moeite waard om aan de smaakontwikkelingen van kinderen te werken. Want goed eten is gevarieerd eten.

Ik ben van plan om het een en ander weer onder de aandacht brengen op mijn werkplek.