Verslag conferentie PeuterPlaza

Alle peuters een goede start! Op 23 februari vond onder deze naam een conferentie
plaats voor professionals in onderwijs en opvang voor kinderen van 0-6 jaar in
Zuidoost Brabant. Initiatiefnemers PeuterPlaza en PSW Geldrop Mierlo beoogden
met de conferentie te komen tot kennisuitwisseling, een regionale toekomstagenda
en de vorming van een bestuurlijk overleg in de regio.

Bezoekers van de conferentie zoeken antwoorden op vragen als: Hoe kom je tot een
vruchtbare samenwerking? Hoe zorg je dat je ambitie om een warme overdracht te
realiseren, werkelijkheid wordt? Wat doe je bijvoorbeeld als ouders niet instemmen
met de overdracht van kindgegevens? Hoe ga je om met verschillen in cultuur en
werkwijze van de betrokken partners?

Ook een belangrijke vraag:
Draagt de Wet OKE positief bij aan de nieuwe ontwikkelingen? De dagvoorzitter legt
deze vraag voor aan Ton Biesta van het Landelijk Platform Peuterspeelzalen (LPP)
en Ernst Radius, senior beleidsmedewerker peuterspeelzalen van de MO groep
(Maatschappelijke Ontwikkeling voor Iedereen). Biesta: "Op het moment dat onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk gaan samenwerken, is echter de wet Kinderopvang leidend. Dat beperkt. De wet OKE voorziet niet in een financieel kader. Het is een eerste
stap, nu moeten we verder gaan om te komen tot een voorziening voor kinderen
van 0 tot 12 jaar."

Ernst Radius: "Het nieuwe kabinet wil dat alle achterstandskinderen naar een
voorschoolse voorziening gaan, desnoods met dwang en drang. Je ziet anderzijds
een terugloop in peuterspeelzaalwerk, waardoor gemeenten het idee krijgen om
alle peuters onder te brengen bij de kinderopvang. Zij kijken vooral naar
achterstandskinderen en hoe ze met minder geld alle kinderen een voorschoolse
voorziening kunnen bieden."

Ton Biesta: "Op het gebied van VVE is bij de peuterspeelzalen veel gebeurd. Mooi
vond ik dat een leidster zei: "Ik heb nu het gevoel dat ik een vak uitoefen". Het
onderwijs heeft voordeel bij deze ontwikkelingen." Ernst Radius: "Voorschoolse
voorzieningen steken de meeste energie en tijd in de overgang, in het onderwijs
gebeurt dat minder." Een aanwezige spreekt haar zorg uit over de verschoolsing van de voorschoolse periode: "Kinderen ontwikkelen zich door te spelen en niet door te snel te beginnen met cognitieve ontwikkeling". Ze vindt bijval van anderen.

Deze uitspraken vatten de kern van de bijeenkomst goed samen:
"Betrokken partners moeten vanuit gelijkwaardigheid werken: we willen allemaal
een kansrijke en leerrijke omgeving voor kinderen creëren."


"Ik wil het hebben over het aanbod voor kinderen van 2 tot 4 jaar, en in hoeverre
het daarin moet gaan over cognitieve ontwikkeling."


"We moeten zorgen dat we alle kinderen in beeld krijgen, ook kinderen die worden
opgevangen door gastouders."


"Iedereen voert zijn eigen strijd."

"Kom op bezoek bij SPIL centra in Eindhoven, we leiden je graag rond."

"Een rondleiding is zinvol, maar je hebt met je plaatselijke mensen te maken."

"We lopen als kinderopvangorganisatie tegen een dichte deur bij het onderwijs."

"Visievorming is bij ons nog niet aan de orde geweest. Je krijgt soms de kans niet
omdat organisaties ruimte innemen en krijgen. Als school een ruimte heeft binnen
de school, wordt die snel verhuurd. Het gaat om geld. We zouden gelijke kansen
moeten hebben
."

" Je hebt ook te maken met schoolbesturen, die bepalen met wie je samenwerkt."

"De rol van de gemeente is van belang, die moet meegaan in de visievorming."

"Het is niet een gebouw, maar jeugdbeleid waar vanuit je werkt."

"Een brede school hoeft niet per se in één gebouw gevestigd te zijn, het gaat om de
samenwerking. Eén gebouw zorgt wel voor korte lijnen
."