Vraag: Ik zag bij het filmpje van het Kabouterhuis dat er gewerkt werd met schriftjes over de normale ontwikkeling en ook met een schriftje om een gesprek aan te gaan met ouders over de ontwikkeling van hun kind. Is er voor mij als gastouder ook een mogelijkheid om aan materiaal te komen en ermee te werken?
Antwoord Marielle:
Beste Ellen. Wat goed om te horen dat er ook vanuit de gastouderopvang belangstelling is om op een structurele wijze beter in te kunnen spelen op kinderen met lastig gedrag.Het ‘Groeibericht' en het boekje ‘Kijk eens wat ik kan!' zijn net ontwikkeld in samenwerking tussen Het Kabouterhuis en Partou in het kader van Alert4U en de eerste geluiden van de mensen die het gebruiken zijn zeer positief. Op dit moment is Partou bezig het op een groter aantal locaties uit te testen en daarna wordt bekeken hoe het verder uitgezet en geïmplementeerd kan worden. Het zou prima zijn als ook de gastouderopvang daarbij betrokken kan worden en laten we afspreken dat jij vanuit Alert4U op de hoogte wordt gehouden van deze ontwikkelingen.
Vraag: Ik wil mijn team graag meer ondersteuning bieden om opvallend gedrag goed te kunnen signaleren. Weet jij hoe ik deze ondersteuning het beste vorm kan geven?
Antwoord Marielle:
'NJi heeft in het kader van het project Alert4U een quickscan verricht naar bestaande methodieken, instrumenten en programma's op dit gebied. Een van de trainingen die hierin naar voren komt is de training ‘kinderen die opvallen'. De training richt zich op het vroegtijdig signaleren van (mogelijke) problemen. Een van de pilot locaties van Alert4U (Amsterdam) heeft de training aangeboden aan hun pedagogisch medewerkers. Daarnaast zijn er natuurlijk ook andere vormen van ondersteuning mogelijk. De pilot in Drenthe geeft door middel van coaching on the job ondersteuning aan de pedagogisch medewerkers. De coaching wordt uitgevoerd door een groepsleidster vanuit een jeugdzorginstelling. Doordat de medewerkers de ondersteuning direct op de werkvloer krijgen aangereikt is er een geringe transfer om het geleerde in de praktijk te brengen.'
Vraag: Ik vind het lastig om mijn zorgen omtrent een kind met ouders bespreekbaar te maken. Hoe zorg ik ervoor dat deze gesprekken goed verlopen?
Antwoord Marielle:
'Sommige ouders zijn makkelijker te benaderen dan anderen. Een methode om alle ouders met dezelfde positieve houding te benaderen is de methode van Triple P. In deze methodiek staat een positieve, actieve houding ten opzichte van ouders centraal. Twee van de pilotlocaties (Leiden en Amsterdam) hebben hun medewerkers getraind in deze methodiek. De medewerkers leerden hierbij vaardigheden voor gesprekvoering met ouders. De methodiek wordt veelvuldig gebruikt binnen het lokale veld en de geïndiceerde jeugdzorg en kan op die manier bijdragen aan een ketenaanpak.'
Vraag: Zitten de pedagogisch medewerkers wel te wachten op extra ondersteuning betreffende vroegsignalering en begeleiden van kinderen en ouders?
Antwoord Marielle:
'Tijdens de monitorperiode hebben we bij alle drie de pilots gezien dat het doel van het project goed aansluit bij de behoeftes van de pedagogisch medewerkers zelf. Pedagogisch medewerkers gaven van tevoren zelf aan hierbij graag ondersteuning te ontvangen. Bij de ene pilot hadden zij meer behoefte aan ondersteuning rondom de samenwerking met ouders, bij de ander lagen er met name vragen rondom de vroegsignalering. Hierbij is het van belang dat het doel van ondersteuning is om de pedagogisch medewerkers zelf vaardiger te maken. De ondersteuning moet ervoor zorgen dat zij zich bewust bekwaam gaan voelen en niet dat er taken van hen worden overgenomen.'