Gastouderbureaus moeten in dagblad De Pers kritiek incasseren van zowel de GGD als gastouders. Door het hoge verloop onder gastouderbureaus en de constatering door de GGD van 'veel ernstige overtredingen', hangt er een beeld rondom gastouderbureaus dat alles draait om 'zoveel mogelijk geld verdiennen met zo weinig mogelijk inspanning'. Gastouderbureaus bekennen dat het momenteel een chaos is, maar wijzen op hun beurt naar de overheid, de opleidingsinstituten en de GGD.
Ernstige overtedingen
Specifiek wordt in De Pers de situatie in Den Haag genoemd waar tot nu toe slechts drie van de twintig gastouderbureaus voldoen aan de kwaliteitseisen. Uit het jaarverslag dat de GGD naar de gemeenteraad en de minister van OCW stuurde, blijkt dat er 'veel en ernstige overtredingen' zijn geconstateerd. Voorbeelden hiervan zijn: nauwelijks inspectie op de opvanglocaties, slechte informatievoorzieningen voor ouders en gastouders en de administratie is vaak niet op orde. Astrid Plugge is eigenaar van gastouderbureau KOBA waar de meeste gastouders in den Haag zijn aangesloten. De helft van alle bij haar aangesloten gastouders voldoen aan de nieuwe eisen. Door vertraging bij de opleidingsinstituten en het Oranje Kruis wacht de andere helft nog steeds op de vereiste papieren. Plugge: 'De GGD wijst naar ons, maar ik kan direct terugwijzen. Er zijn teveel mensen aangenomen op de opleidingen, het Oranje Kruis kan de EHBO-diploma's niet op tijd verstrekken en zo is er nog veel meer. Het is communiceert lastig omdat niemand weet of de eisen voor gastouders uitgesteld worden of niet.'
Ook in andere steden presteren gastouderbureaus slecht. De GGD Rotterdam constateert dat de laatste jaren veel bureaus zijn gestart die de kwaliteit van opvang niet als eerste prioriteit hebben gesteld.
Het verloop is enorm hoog
Het is opvallend dat gastouderbureaus vaak niet zo lang bestaan. Van de 28 gastouderbureaus die begin 2009 in Den Haag bestonden, verdween vorig jaar bijna de helft. 'Maar'zegt Astrid Plugge van KOBA, 'dat heeft ook te maken met de grote veranderingen waar de gastoudersector opeens mee te maken kreeg. Veel gastouderbureaus zagen dit niet zitten en zijn gestopt.' Er kwamen er tegelijkertijd wel zeventien bij. In Amsterdam hetzelfde verhaal en in Rotterdam zijn de cijfers nog extremer. Er kwamen twintig nieuwe bureaus bij terwijl 26 hun deuren sloten. Een opvallende conclusie van de Rotterdamse GGD is dat het moment dat een gastouderbureau ermee stopt vaak ook het moment is dat het juist in beeld komt bij inspectie.